Ga verder naar de inhoud

BC/25-0036

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Overplaatsing
OVERPLAATSING - ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL - VERDOKEN TUCHT

De beroepscommissie stelde in haar vorige uitspraak vast dat de directeur-generaal de vorige vernietigingsuitspraak onvoldoende in acht nam, door geen rekening te houden met de de verdere grief van beroepsindiener, met name dat het feit dat de dader van zedenfeiten naar zijn destijds minderjarige dochter in dezelfde regio werd opgesloten (PI Dendermonde Hulp), nog steeds een obstakel is voor het bezoek van zijn dochter (BC/24-0397, overweging 4.1). De directeur-generaal komt daar in de thans bestreden beslissing expliciet aan tegemoet door te motiveren als volgt: “De overplaatsing naar de centrale gevangenis van Leuven maakt dit risico op een ontmoeting objectief kleiner.”
De beroepscommissie stelt voort vast dat beroepsindiener thans in zijn beroepschrift geen bezwaren meer uit wat betreft het bezoek door zijn dochter, zodat de beroepscommissie aanneemt dat de gevangenis van Leuven-Centraal alleszins geen obstakel meer vormt voor het bezoek van zijn dochter.
Vervolgens verlaat de directeur-generaal in de bestreden beslissing en in haar verweer minstens impliciet het discours van de voorgaande beslissingen, zodat de beroepscommissie aanneemt dat de directeur-generaal thans afstand doet van de initiële motieven aangaande het vermeende misbruik van de klachtenprocedure in de PI Beveren. Van een zuivere “tuchttransfer” is derhalve thans geen sprake meer (BC/24-0397).