Ga verder naar de inhoud

BC/25-0044

Beroepscommissie Beroepscommissie Overplaatsing
OVERPLAATSING - ZORGVULDIGHEIDSBEGINSEL

De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat de directie van Nieuw-Dendermonde de overplaatsing vroeg naar aanleiding van het gegeven dat beroepsindiener recent in opspraak zou zijn gekomen in het kader van intramurale druggerelateerde criminaliteit en nadat zij vaststelde dat hij in ‘onze inrichting nog geen bezoek (heeft) ontvangen’.
De directie detentiebeheer heeft evenwel haar beslissing niet gekoppeld aan de hangende tuchtprocedures, doch wel gegrond op correcte gegevens over:
– zijn externe rechtspositie;
– de bezoekfrequentie in de PI Dendermonde;
– de (initieel) geuite wens van beroepsindiener voor een overplaatsing naar Wortel ;
– de ongeschiktheid voor een overplaatsing naar Hoogstraten.
De directeur-generaal kon in de bestreden beslissing terecht vaststellen dat beroepsindiener geen concrete argumenten ontwikkelde in zijn bezwaar tegen een verblijf in Wortel, te meer omdat hij voordien ooit zelf verzocht om naar die gevangenis te worden overgeplaatst.

De penitentiaire administratie is met de vereiste zorgvuldigheid tot de conclusie gekomen dat een verdere plaatsing in de gevangenis van Nieuw-Dendermonde niet meer aangewezen was en kon binnen de grenzen van de redelijkheid besluiten tot de overplaatsing naar de gevangenis van Wortel.