BC/25-0102
Gegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - VERTROUWELIJK ADVIES - BEZOEK
In een voorgaande uitspraak beklemtoonde de beroepscommissie reeds dat artikel 8 EVRM hoe langer hoe strikter dient te worden toegepast.
Intussen verstreken opnieuw verschillende maanden en hoewel intussen wel reeds enkele maanden glasbezoek onder welbepaalde modaliteiten mogelijk is met de drie broers, oordeelt de beroepscommissie dat het uitsluiten van contacten onder strikte modaliteiten voor de andere vijf familieleden, in de huidige stand niet langer verzoenbaar is met de in het vertrouwelijk advies aangegeven veiligheidsrisico’s.
Bij haar beoordeling houdt de beroepscommissie tevens rekening met het vastgestelde lijden van beroepsindiener dat uit het administratief dossier op objectieve wijze naar voren komt, alsook met het gegeven hij de facto weinig gebruik kan maken van de toegestane beperkte contactmomenten met zijn broers. De directeur-generaal erkent in haar verweer overigens zelf dat de psychiater de oprechtheid in hoofde van beroepsindiener aanhaalt bij het bespreken van zijn lijden.
(...)
De beroepscommissie besluit dat er in de bestreden beslissing niet kon worden gemotiveerd dat uit de vertrouwelijke informatie blijkt, waarom verscherpt toezicht tijdens een ‘klassiek’ glasbezoek of tijdens zijn telefonische contacten met de in het beroepschrift vermeldde personen- in combinatie met de andere veiligheidsmaatregelen- thans onvoldoende zijn om de veiligheid te waarborgen.
Om bovenstaande specifieke redenen wordt de bestreden beslissing gedeeltelijk vernietigd, wat betreft de maatregel van uitsluiting van (ongestoord) bezoek van de bezoekers uit artikel 59 van de basiswet.
Deze gedeeltelijke vernietiging kan volgens de beroepscommissie verzoend worden met de aangegeven veiligheidsrisico’s, gelet op het feit dat de andere maatregelen overeind blijven.
In een voorgaande uitspraak beklemtoonde de beroepscommissie reeds dat artikel 8 EVRM hoe langer hoe strikter dient te worden toegepast.
Intussen verstreken opnieuw verschillende maanden en hoewel intussen wel reeds enkele maanden glasbezoek onder welbepaalde modaliteiten mogelijk is met de drie broers, oordeelt de beroepscommissie dat het uitsluiten van contacten onder strikte modaliteiten voor de andere vijf familieleden, in de huidige stand niet langer verzoenbaar is met de in het vertrouwelijk advies aangegeven veiligheidsrisico’s.
Bij haar beoordeling houdt de beroepscommissie tevens rekening met het vastgestelde lijden van beroepsindiener dat uit het administratief dossier op objectieve wijze naar voren komt, alsook met het gegeven hij de facto weinig gebruik kan maken van de toegestane beperkte contactmomenten met zijn broers. De directeur-generaal erkent in haar verweer overigens zelf dat de psychiater de oprechtheid in hoofde van beroepsindiener aanhaalt bij het bespreken van zijn lijden.
(...)
De beroepscommissie besluit dat er in de bestreden beslissing niet kon worden gemotiveerd dat uit de vertrouwelijke informatie blijkt, waarom verscherpt toezicht tijdens een ‘klassiek’ glasbezoek of tijdens zijn telefonische contacten met de in het beroepschrift vermeldde personen- in combinatie met de andere veiligheidsmaatregelen- thans onvoldoende zijn om de veiligheid te waarborgen.
Om bovenstaande specifieke redenen wordt de bestreden beslissing gedeeltelijk vernietigd, wat betreft de maatregel van uitsluiting van (ongestoord) bezoek van de bezoekers uit artikel 59 van de basiswet.
Deze gedeeltelijke vernietiging kan volgens de beroepscommissie verzoend worden met de aangegeven veiligheidsrisico’s, gelet op het feit dat de andere maatregelen overeind blijven.