BC/25-0118
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Andere beslissing directeur
GEZONDHEID – MEDISCH
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht tegen de beslissing om hem bij een medegedetineerde op een monocel te plaatsen, waarbij hij op de grond moest slapen en hij zich moest sonderen in het bijzijn van deze medegedetineerde ongegrond werd verklaard. De klachtencommissie oordeelde dat er geen schending was van artikel 3 EVRM; klager gaat hiermee niet akkoord. De beroepscommissie volgt het oordeel van de klachtencommissie. Zij wijst erop dat de minimale drempel van ernst niet is bereikt om te kunnen spreken van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 EVRM. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht tegen de beslissing om hem bij een medegedetineerde op een monocel te plaatsen, waarbij hij op de grond moest slapen en hij zich moest sonderen in het bijzijn van deze medegedetineerde ongegrond werd verklaard. De klachtencommissie oordeelde dat er geen schending was van artikel 3 EVRM; klager gaat hiermee niet akkoord. De beroepscommissie volgt het oordeel van de klachtencommissie. Zij wijst erop dat de minimale drempel van ernst niet is bereikt om te kunnen spreken van een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 EVRM. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.