ORDEMAATREGEL - BEZOEK - RECHTSMACHT KLACHTENCOMMISSIE
Anders dan beide partijen voorhouden, belet de vaststelling door de klachtencommissie van een schending van de motiveringsplicht, immers niet dat de directie hieraan remediëert door een nieuwe, deugdelijk gemotiveerde beslissing te nemen.
Hoewel de klachtencommissie de directie niet uitdrukkelijk heeft opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak (artikel 158 §3, 1° van de basiswet), onderstreept de beroepscommissie dat de klachtencommissie daarmee geenszins de bevoegdheid uitsluit om een nieuwe beslissing te nemen, ditmaal met eerbiediging van de formele vereisten (in casu de motiveringsplicht).Door zich te beperken tot een zuivere vernietiging overeenkomstig artikel 158 §3, 3° van de basiswet is de bestreden ordemaatregel van 15 april 2025 louter uit het rechtsverkeer verdwenen.
Het stond de directie vrij om meteen het nodige te doen om een nieuwe beslissing te nemen (al dan niet met hetzelfde resultaat, doch ditmaal op grond van deugdelijke motieven) in plaats van hoger beroep in te stellen.
Tot slot merkt de beroepscommissie bovendien op dat de geviseerde ‘algemene ordemaatregel’ bovendien als buitenproportioneel voorkomt, nu deze geldt voor alle bezoekers zonder onderscheid en ook gewoon tafelbezoek zonder meer wordt ontzegd voor drie maanden, terwijl de directeur op grond van artikel 59 §1 lid 3 van de basiswet de mogelijkheid heeft om enkel het ongestoord bezoek met een welbepaalde bezoeker tijdelijk te ontzeggen.
Bijgevolg stelt de beroepscommissie nog bijkomend vast dat er in het bijzonder ook motieven ontbreken waarom ook het gewoon tafelbezoek met de betrokken bezoekster voor drie maanden diende te worden ontnomen.
Anders dan beide partijen voorhouden, belet de vaststelling door de klachtencommissie van een schending van de motiveringsplicht, immers niet dat de directie hieraan remediëert door een nieuwe, deugdelijk gemotiveerde beslissing te nemen.
Hoewel de klachtencommissie de directie niet uitdrukkelijk heeft opgedragen om een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van haar uitspraak (artikel 158 §3, 1° van de basiswet), onderstreept de beroepscommissie dat de klachtencommissie daarmee geenszins de bevoegdheid uitsluit om een nieuwe beslissing te nemen, ditmaal met eerbiediging van de formele vereisten (in casu de motiveringsplicht).Door zich te beperken tot een zuivere vernietiging overeenkomstig artikel 158 §3, 3° van de basiswet is de bestreden ordemaatregel van 15 april 2025 louter uit het rechtsverkeer verdwenen.
Het stond de directie vrij om meteen het nodige te doen om een nieuwe beslissing te nemen (al dan niet met hetzelfde resultaat, doch ditmaal op grond van deugdelijke motieven) in plaats van hoger beroep in te stellen.
Tot slot merkt de beroepscommissie bovendien op dat de geviseerde ‘algemene ordemaatregel’ bovendien als buitenproportioneel voorkomt, nu deze geldt voor alle bezoekers zonder onderscheid en ook gewoon tafelbezoek zonder meer wordt ontzegd voor drie maanden, terwijl de directeur op grond van artikel 59 §1 lid 3 van de basiswet de mogelijkheid heeft om enkel het ongestoord bezoek met een welbepaalde bezoeker tijdelijk te ontzeggen.
Bijgevolg stelt de beroepscommissie nog bijkomend vast dat er in het bijzonder ook motieven ontbreken waarom ook het gewoon tafelbezoek met de betrokken bezoekster voor drie maanden diende te worden ontnomen.