Ga verder naar de inhoud

BC/25-0190

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur
DEPONERING VOORWERPEN

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht in verband met gedeponeerde goederen na een overplaatsing ontvankelijk, maar niet gegrond werd verklaard. De beroepscommissie heeft eerst een tussenbeslissing geveld, aangezien zij over onvoldoende informatie beschikte. Na ontvangst van meer informatie vanwege het inrichtingshoofd naar aanleiding van deze tussenbeslissing, stelt de beroepscommissie vooreerst vast dat het, in tegenstelling tot wat klager had aangevoerd, niet klopt dat het grootste deel van zijn goederen (behalve wat voeding en drank) werd gedeponeerd. Ten tweede stelt de beroepscommissie vast dat er, zoals blijkt uit een bericht van de kleedkamerdienst, wel degelijk een inventaris werd opgemaakt, die een voldoende gedetailleerde opsomming en nauwkeurige beschrijving bevat van de zaken die nog op naam van klager gedeponeerd zijn. Deze inventaris is relevant voor klager, aangezien hij volgens de directie in een latere fase van zijn detentie andere, gedeponeerde voorwerpen (indien hij weer plaats heeft op zijn cel), kan verkrijgen via de kleedkamer. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.