Ga verder naar de inhoud

BC/25-0202

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht
TUCHT – BIJSTAND ADVOCAAT

Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht van klager tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk en gegrond werd verklaard. Volgens de klachtencommissie was er een miskenning van het recht op bijstand. De beroepscommissie bevestigt dat een gedetineerde recht heeft om zich tijdens de tuchtprocedure door een advocaat te laten bijstaan en dit een essentieel onderdeel van het recht op verdediging is. Het staat vast dat klager op de tuchtzitting niet werd bijgestaan door een advocaat noch door een tolk. Het behoort inderdaad, zoals de klachtencommissie terecht heeft opgemerkt, tot de verantwoordelijkheid van de directie om te waarborgen dat dit fundamentele recht op bijstand effectief wordt gegarandeerd indien de gedetineerde om bijstand vraagt. De directie dient er eveneens op toe te zien dat de gedetineerde de procedure en de stukken van het tuchtdossier begrijpt. En in voorkomend geval moet de directie zich ook vergewissen van het feit dat een gedetineerde op een ondubbelzinnige wijze afstand doet van dit recht op bijstand.

De beroepscommissie is er in dit dossier, in tegenstelling tot de klachtencommissie, niet van overtuigd dat er sprake is van een miskenning van het recht op bijstand. De beroepscommissie ziet geen redenen om te twijfelen aan het argument van het inrichtingshoofd dat klager het Nederlands voldoende machtig is en hij hierdoor – en door het feit dat hij reeds verschillend tuchtprocedures had doorlopen in dezelfde gevangenis – wel degelijk wist voor welke gelegenheid de beambte hem de uitnodiging bezorgde en om aan te geven dat hij in het kader van deze tuchtprocedure bijstand van zijn advocaat wenste. De directie kon er op de tuchtzitting ook rechtmatig van uitgaan dat klager geen beroep wenste te doen op een advocaat, aangezien dit zo stond aangegeven op de mededeling inzake de tuchtprocedure. Dat klager deze mededeling niet heeft ondertekend, doet hieraan niets af. Op de tuchtzitting heeft klager niet aangegeven dat hij toch bijstand wenste. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.