Ga verder naar de inhoud

BC/25-0205

Gegrond Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie Voorlopige maatregel Tucht
TUCHT

Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een tuchtbeslissing gegrond werd verklaard. Klager was volgens de directie rechtstreeks betrokken bij een geweldsincident ten aanzien van een medegedetineerde. De klachtencommissie oordeelde dat zij noch uit de motivering van de tuchtbeslissing, het RAD, de niet gedateerde verklaring van de beambte en de beschrijving van de camerabeelden die aan de basis lagen van de tuchtbeslissing, noch uit de verklaring van het slachtoffer en het bijkomend stuk kon afleiden waarom de tuchtinbreuk aan klager moest worden toegerekend. De beroepscommissie ziet dit anders. Zij bevestigt dat de directie aan voldoende zorgvuldige feitenvinding heeft gedaan. De directie heeft in de tuchtbeslissing ook uitvoerig gemotiveerd waarom zij klager schuldig vond aan de hem ten laste gelegde feiten. De directie heeft gemotiveerd waarom zij de verklaringen van klager, die de feiten ontkende, niet geloofwaardig vond. Door klager in dit dossier schuldig te verklaren, heeft de directie de haar toekomende discretionaire bevoegdheid niet overschreden. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.