BC/25-0231
Ongegrond
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - MOTIVERING - VERTROUWELIJK ADVIES - PSYCHOMEDISCH VERSLAG
Hoewel beroepsindiener kan worden gevolgd in zijn betoog dat de afzonderlijke maatregelen van een IBVR een specifieke motivering vereisen, is het loutere feit dat de directeur-generaal niet per maatregel nog eens expliciet verwees naar het vertrouwelijk advies niet van die aard om de bestreden beslissing onderuit te halen.
De specifieke maatregelen zijn -voor zover als mogelijk in het licht van artikel 8 van de basiswet- voorts voldoende omstandig gemotiveerd overeenkomstig artikel 118 §4 van de basiswet.
(...)
De beroepscommissie merkt vooreerst op dat er overeenkomstig het vierde lid van artikel 118 § 3/1 bij een plaatsingsbeslissing nog geen sprake hoeft te zijn van een psycho-medisch ‘verslag’, doch slechts van een ‘advies’.
De directeur-generaal kan vervolgens worden gevolgd in haar betoog dat het niet is omdat de psychiater de persoonlijke opmerkingen van beroepsindiener weergeeft, dat het advies inhoudelijk tegenstrijdig zou zijn wanneer de psychiater hier geen medisch-psychiatrische contra-indicaties in ziet.
(...)
De beroepscommissie is van oordeel dat de uitzondering op de formele motiveringsplicht uit artikel 8 van de basiswet strikt moet worden uitgelegd in het licht van een effectieve rechtsbescherming van de gedetineerde, zonder aan dat artikel evenwel de nuttige werking te ontnemen.
In casu heeft de directeur-generaal zich evenwel niet vrijblijvend op deze uitzonderingsgrond beroepen en kon de beroepscommissie door inzage van het register zelf vaststellen dat er daadwerkelijk sprake is van een gevaar in de zin van artikel 8 basiswet.
Hoewel beroepsindiener kan worden gevolgd in zijn betoog dat de afzonderlijke maatregelen van een IBVR een specifieke motivering vereisen, is het loutere feit dat de directeur-generaal niet per maatregel nog eens expliciet verwees naar het vertrouwelijk advies niet van die aard om de bestreden beslissing onderuit te halen.
De specifieke maatregelen zijn -voor zover als mogelijk in het licht van artikel 8 van de basiswet- voorts voldoende omstandig gemotiveerd overeenkomstig artikel 118 §4 van de basiswet.
(...)
De beroepscommissie merkt vooreerst op dat er overeenkomstig het vierde lid van artikel 118 § 3/1 bij een plaatsingsbeslissing nog geen sprake hoeft te zijn van een psycho-medisch ‘verslag’, doch slechts van een ‘advies’.
De directeur-generaal kan vervolgens worden gevolgd in haar betoog dat het niet is omdat de psychiater de persoonlijke opmerkingen van beroepsindiener weergeeft, dat het advies inhoudelijk tegenstrijdig zou zijn wanneer de psychiater hier geen medisch-psychiatrische contra-indicaties in ziet.
(...)
De beroepscommissie is van oordeel dat de uitzondering op de formele motiveringsplicht uit artikel 8 van de basiswet strikt moet worden uitgelegd in het licht van een effectieve rechtsbescherming van de gedetineerde, zonder aan dat artikel evenwel de nuttige werking te ontnemen.
In casu heeft de directeur-generaal zich evenwel niet vrijblijvend op deze uitzonderingsgrond beroepen en kon de beroepscommissie door inzage van het register zelf vaststellen dat er daadwerkelijk sprake is van een gevaar in de zin van artikel 8 basiswet.