Ga verder naar de inhoud

BC/25-0244

Gegrond Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie Tucht BC - Beroep tegen aspect KC/ Appel contre aspect CP
TUCHT – TEGEMOETKOMING

Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zij, na het gegrond verklaren van een klacht tegen een tuchtbeslissing, een tegemoetkoming heeft toegekend van zestig minuten belkrediet. Het inrichtingshoofd heeft volgens de beroepscommissie in haar beroepschrift terecht aangevoerd dat de klachtencommissie slechts een tegemoetkoming kan toekennen voorzover de gevolgen van de vernietigde beslissing niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt. De tuchtbeslissing die ten aanzien van klager werd opgelegd, betrof geen ‘effectieve’ sanctie van één week ATV, maar een ATV met uitstel voor een proeftijd van twee maanden, verbonden aan de algemene voorwaarde dat klager zich zou onthouden van nieuwe tuchtrechtelijke inbreuken. De klachtencommissie heeft de tuchtbeslissing vernietigd; deze moest ten gevolge hiervan volledig uit het tuchtregister worden verwijderd. Er bestond hierna geen enkel gevolg meer dat niet ongedaan was gemaakt. De klachtencommissie heeft het dossier beoordeeld nadat de proeftermijn was verstreken. Uit niets blijkt dat klager deze tuchtsanctie heeft ondergaan. De klachtencommissie kon dus geen tegemoetkoming toekennen.

Ten overvloede wijst de beroepscommissie erop dat uit de beslissing niet blijkt dat de klachtencommissie de directeur heeft gehoord over het toekennen van een tegemoetkoming Het horen van de directeur vooraleer een tegemoetkoming toe te kennen, is een wettelijke verplichting overeenkomstig artikel 158, § 4, tweede lid Basiswet. De klachtencommissie kan niet verzaken aan deze wettelijke verplichting; de directeur moet in de gelegenheid worden gesteld om zijn opmerkingen over het toekennen van een tegemoetkoming te maken. Het beroep is gegrond.