Ga verder naar de inhoud

BC/25-0267

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME – GEÏNTERNEERDE

De beroepsindiener, een geïnterneerde persoon, dient beroep in tegen zijn plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime. Hij werd door de KBM overgeplaatst naar de ABM te Haren voor een ‘time-out’, omdat zijn verblijf in het FPC volgens zijn begeleiders onhoudbaar was. Uit hun verzoek blijkt dat er gedurende drie jaar op verschillende manieren, maar tevergeefs, werd geprobeerd om de beroepsindiener te behandelen. Zij stellen dat hij niet geïnteresseerd is in behandeling en hardnekkig gericht is op zijn gepleegde feiten en de bevrediging van zijn seksuele behoeften. Er is sprake van (pre-)delictgedrag en het constant zoeken naar opportuniteiten om nieuwe feiten van geweld en/of verkrachting te plegen.

De beroepscommissie volgt de beroepsindiener niet waar hij aanvoert dat het strijdig zou zijn met de Basiswet dat de in de bestreden beslissing vermelde elementen enkel maar betrekking hebben op zijn gerapporteerde gedrag in het FPC en niet op enig gedrag dat hij zou gesteld hebben in de gevangenis van Haren. Veel meer dan de gebruikte terminologie (‘blijken’, ‘toelaten te geloven’, ‘steun vinden in’ …) is vooral de inhoud en omschrijving van de concrete omstandigheden of gedragingen van de gedetineerde waaruit de voortdurende bedreiging voor de veiligheid wordt afgeleid, belangrijk. De beroepscommissie blijft benadrukken dat een individueel bijzonder veiligheidsregime niet kan dienen als een zuiver zorgregime voor geïnterneerde personen of psychiatrisch kwetsbare gedetineerden. Zij stelt echter vast dat de penitentiaire administratie zich in dit dossier voor voldongen feiten zag gesteld door een beslissing van de KBM en zij voldoende redenen had om aan te nemen dat de beroepsindiener een voortdurende bedreiging voor de veiligheid uitmaakte. De beroepsindiener kan zich ten slotte niet vinden in enkele concrete maatregelen die zijn opgelegd, doch ook op dit vlak ziet de beroepscommissie geen onwettigheid, onredelijkheid of onbillijkheid.

Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.