TUCHT
Het inrichtingshoofd heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk en gegrond werd verklaard. Er werd een gat in een binnenmuur van klagers cel ontdekt; hij deelde deze cel met enkele medegedetineerden. Zij verklaarden allen dat het gat door een andere gedetineerde was gemaakt die voorheen in de cel had verbleven. De directie sanctioneerde klager alsnog wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen), omdat hij het gat probeerde te verstoppen toen er een celcontrole was (wat hij had toegegeven). Hij was volgens de directie minstens op de hoogte van het gat in de cel.
De beroepscommissie kan de klachtencommissie volgen in haar oordeel dat het louter ‘op de hoogte zijn’ van een bepaalde situatie niet per definitie samenvalt met de schuld van klager aan de tuchtinbreuk van de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee. De directie heeft, behoudens het ‘op de hoogte zijn’, geen enkel ander element vermeld in de bestreden tuchtbeslissing waaruit blijkt waarom klager schuldig was – als dader of als deelnemer – aan de vermelde tuchtinbreuk.
De beroepscommissie dient wel vast te stellen dat klager op de tuchtzitting heeft toegegeven dat hij het gat heeft proberen te verbergen. Hij heeft toegegeven dat dit een domme actie was. Het gat werd uiteindelijk toch ontdekt tijdens de celcontrole. De beroepscommissie wijst erop dat in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Gent wordt bepaald: “De gedetineerde richt zijn verblijfsruimte naar eigen goeddunken in. Het inrichten van de ruimte mag echter het doorzoeken van de verblijfsruimte in geen geval verhinderen”. Door klagers handelingen – het proberen verbergen van het gat in de binnenmuur – heeft klager wel duidelijk handelingen gesteld die in strijd waren met het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie kon de door de directie weerhouden tuchtinbreuk van eerste categorie terecht vernietigen, maar de feiten konden beter worden geherkwalificeerd naar een tuchtinbreuk van tweede categorie (het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen). De sanctie van vijftien dagen ATV kan behouden blijven voor deze feiten.
Het beroep is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.
Het inrichtingshoofd heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk en gegrond werd verklaard. Er werd een gat in een binnenmuur van klagers cel ontdekt; hij deelde deze cel met enkele medegedetineerden. Zij verklaarden allen dat het gat door een andere gedetineerde was gemaakt die voorheen in de cel had verbleven. De directie sanctioneerde klager alsnog wegens een tuchtinbreuk van eerste categorie (de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen), omdat hij het gat probeerde te verstoppen toen er een celcontrole was (wat hij had toegegeven). Hij was volgens de directie minstens op de hoogte van het gat in de cel.
De beroepscommissie kan de klachtencommissie volgen in haar oordeel dat het louter ‘op de hoogte zijn’ van een bepaalde situatie niet per definitie samenvalt met de schuld van klager aan de tuchtinbreuk van de opzettelijke beschadiging of vernieling van andermans roerende of onroerende goederen, of de bedreiging daarmee. De directie heeft, behoudens het ‘op de hoogte zijn’, geen enkel ander element vermeld in de bestreden tuchtbeslissing waaruit blijkt waarom klager schuldig was – als dader of als deelnemer – aan de vermelde tuchtinbreuk.
De beroepscommissie dient wel vast te stellen dat klager op de tuchtzitting heeft toegegeven dat hij het gat heeft proberen te verbergen. Hij heeft toegegeven dat dit een domme actie was. Het gat werd uiteindelijk toch ontdekt tijdens de celcontrole. De beroepscommissie wijst erop dat in het huishoudelijk reglement van de gevangenis van Gent wordt bepaald: “De gedetineerde richt zijn verblijfsruimte naar eigen goeddunken in. Het inrichten van de ruimte mag echter het doorzoeken van de verblijfsruimte in geen geval verhinderen”. Door klagers handelingen – het proberen verbergen van het gat in de binnenmuur – heeft klager wel duidelijk handelingen gesteld die in strijd waren met het huishoudelijk reglement. De klachtencommissie kon de door de directie weerhouden tuchtinbreuk van eerste categorie terecht vernietigen, maar de feiten konden beter worden geherkwalificeerd naar een tuchtinbreuk van tweede categorie (het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen). De sanctie van vijftien dagen ATV kan behouden blijven voor deze feiten.
Het beroep is ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond.