Ga verder naar de inhoud

BC/25-0307

Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME – TERMIJN

De beroepsindiener diende via zijn advocaat beroep in tegen een beslissing tot plaatsing in een individueel bijzonder veiligheidsregime. De beslissing dateert van 13 oktober 2025. De beroepsindiener ondertekende deze beslissing, maar zonder vermelding van de datum waarop hij ondertekende. De beslissing werd op 24 oktober 2025 bezorgd aan zijn advocaat, die ook aanwezig was op het hoormoment. Het beroep van de beroepsindiener dateert van 26 oktober 2025.

De beroepscommissie volgt aan de ene kant de directrice-generaal niet waar zij aanvoert dat uit de startdatum van het individueel bijzonder veiligheidsregime (14 oktober 2025) kan worden afgeleid dat de bestreden beslissing ten laatste op deze datum aan de beroepsindiener moet zijn betekend. Uit bijlage 6 bij collectieve brief nr. 156 blijkt duidelijk dat de gedetineerde de beslissing moet ondertekenen met vermelding van de datum. Aan de andere kant kan de beroepscommissie in dit dossier niet voorbij gaan aan het feit dat de beroepsindiener in zijn beroepschrift zelf niet betwist dat hij geen beroep heeft aangetekend binnen de zeven dagen na kennisname van de bestreden beslissing.

De beroepscommissie is niet van oordeel dat de termijn om beroep in te dienen pas zou beginnen lopen zijn vanaf het moment dat de advocaat van de beroepsindiener in het bezit werd gesteld van de bestreden beslissing. De beroepsindiener heeft zelf nagelaten om zijn advocaat te contacteren binnen de beroepstermijn of zelf reeds een beroepschrift in te dienen en de advocaat heeft nagelaten om navraag te doen bij de penitentiaire administratie. De beroepscommissie is van oordeel dat het beroep niet binnen de zeven dagen na kennisname van de bestreden beslissing werd ingediend en dat er evenmin omstandigheden zijn waaruit zou blijken dat het beroep zo spoedig werd ingediend als redelijkerwijs van de beroepsindiener kon worden verlangd. Het beroep is laattijdig en is dus niet-ontvankelijk.