BC/25-0311
Ongegrond
Onontvankelijk
Beroepscommissie
Beroepscommissie
Tucht
BC - Beroep tegen aspect KC/ Appel contre aspect CP
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT
Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een voorlopige maatregel ontvankelijk en gegrond werd verklaard en waarvoor een tegemoetkoming werd toegekend (BC/25-0299). Klager heeft op zijn beurt beroep aangetekend tegen dezelfde beslissing van de klachtencommissie, maar waarbij zijn klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk, maar niet gegrond werd verklaard (BC/25-0311).
Wat betreft dossier BC/25-0299, heeft de beroepscommissie een ambtshalve middel opgeworpen. Uit alle informatie blijkt dat, in tegenstelling tot wat de klachtencommissie heeft geoordeeld, de voorlopige maatregel wel degelijk werd genomen door een directeur. Dat deze beslissing niet werd ondertekend door de directeur, impliceert geenszins dat de beslissing dan ook niet door een directeur zou zijn genomen. De beslissing werd ondertekend door een personeelslid, maar nadrukkelijk ‘voor de directeur’, die afwezig was tijdens de handtekening. Dit beroep is ontvankelijk en gegrond. Aangezien de initiële klacht ontvankelijk, maar niet gegrond was, bestaat er niet langer een wettelijke grondslag op basis waarvan een tegemoetkoming kan worden toegekend.
Wat betreft dossier BC/25-0311, volgt de beroepscommissie het oordeel van de klachtencommissie. Klager heeft twee keer een deur dichtgegooid, waarbij twee personeelsleden bijna werden geraakt. Dat de directie deze feiten heeft gekwalificeerd als de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, en zij klager hiervoor heeft gesanctioneerd met zeven dagen ATV, is wettig, redelijk en billijk. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.
Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht tegen een voorlopige maatregel ontvankelijk en gegrond werd verklaard en waarvoor een tegemoetkoming werd toegekend (BC/25-0299). Klager heeft op zijn beurt beroep aangetekend tegen dezelfde beslissing van de klachtencommissie, maar waarbij zijn klacht tegen een tuchtbeslissing ontvankelijk, maar niet gegrond werd verklaard (BC/25-0311).
Wat betreft dossier BC/25-0299, heeft de beroepscommissie een ambtshalve middel opgeworpen. Uit alle informatie blijkt dat, in tegenstelling tot wat de klachtencommissie heeft geoordeeld, de voorlopige maatregel wel degelijk werd genomen door een directeur. Dat deze beslissing niet werd ondertekend door de directeur, impliceert geenszins dat de beslissing dan ook niet door een directeur zou zijn genomen. De beslissing werd ondertekend door een personeelslid, maar nadrukkelijk ‘voor de directeur’, die afwezig was tijdens de handtekening. Dit beroep is ontvankelijk en gegrond. Aangezien de initiële klacht ontvankelijk, maar niet gegrond was, bestaat er niet langer een wettelijke grondslag op basis waarvan een tegemoetkoming kan worden toegekend.
Wat betreft dossier BC/25-0311, volgt de beroepscommissie het oordeel van de klachtencommissie. Klager heeft twee keer een deur dichtgegooid, waarbij twee personeelsleden bijna werden geraakt. Dat de directie deze feiten heeft gekwalificeerd als de inbreuk van de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee, en zij klager hiervoor heeft gesanctioneerd met zeven dagen ATV, is wettig, redelijk en billijk. Het beroep is op dit vlak ontvankelijk, maar niet gegrond.