Ga verder naar de inhoud

BC/25-0316

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME – MEDISCH – PRIVACY

De beroepsindiener diende via zijn advocaat beroep in tegen de hernieuwing van zijn individueel bijzonder veiligheidsregime. Het beroepschrift bevat zes middelen.

Eén onderdeel van het vierde middel gaat over het onderzoek door de geneesheer-psychiater waarop het psycho-medisch verslag is gebaseerd. De beroepsindiener klaagt in dit kader over een gesprek aan privacy. Hij wijst er in zijn beroepschrift op dat dit gesprek slechts vijf minuten duurde en plaatsvond in aanwezigheid van ‘verschillende beambten’. Dit zou bij hem verlegenheid en ongemak hebben veroorzaakt en het hem onmogelijk hebben gemaakt om zijn gezondheidsproblemen vertrouwelijk met de arts te bespreken. De beroepscommissie stelt vast dat de lokale gevangenisdirecteur te Beveren en de directrice-generaal deze situatie in essentie niet tegenspreken.

De beroepscommissie wijst erop dat het niet de bedoeling kan zijn dat een beambte aanwezig is bij het gesprek tussen een geneesheer-psychiater en een gedetineerde voor een psycho-medisch onderzoek in het kader van een individueel bijzonder veiligheidsregime. Het medisch beroepsgeheim, waartoe ook de geneesheer-psychiater gehouden is, laat deze aanwezigheid in principe niet toe. Uit niets blijkt dat er in dit dossier op het ogenblik van het onderzoek enig risico zou bestaan hebben voor de geneesheer-psychiater, die de aanwezigheid of nabijheid van een beambte bij het gesprek rechtvaardigde of noodzakelijk maakte.

Het is afdoende aangetoond voor de beroepscommissie dat de beroepsindiener door de omstandigheden – een gesprek aan de celdeur (en dus niet in een gesprekslokaal) en met een beambte in de onmiddellijke nabijheid – niet terdege kon worden onderzocht. Het is bovendien niet duidelijk of de celdeur geopend was tijdens het gesprek met de psychiater, dan wel of het gesprek plaatsvond door het luikje in de celdeur. Het psycho-medisch verslag is om deze reden op gebrekkige wijze tot stand gekomen. Het is onduidelijk in welke mate de inhoud van het verslag hierdoor werd aangetast. Dit kan de beroepscommissie echter in het midden laten, aangezien het vermelde vormgebrek volstaat voor de gegrondverklaring van het vierde middel. De beroepscommissie vernietigt op deze grond de beslissing van de directrice-generaal.