Ga verder naar de inhoud

BC/25-0360

Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie Ordemaatregel
TERMIJN

Het inrichtingshoofd heeft beroep aangetekend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij een klacht van klager tegen een ordemaatregel tot afzetting van zijn werk ontvankelijk en gegrond werd verklaard.

De beroepscommissie heeft een ambtshalve middel opgeworpen: “De bestreden beslissing van de klachtencommissie dateert van 10 december 2025. Deze beslissing werd op 11 december 2025 bezorgd aan het klachtenbureau van de gevangenis. Het beroepschrift van het inrichtingshoofd bevat geen datum (wel een digitale handtekening van 18 december 2025) en werd door het klachtenbureau van de gevangenis overgemaakt aan de beroepscommissie op 19 december 2025. Dit betreft de achtste dag na de ontvangst van het afschrift van de uitspraak van de klachtencommissie. Het beroep lijkt om deze reden op het eerste gezicht niet-ontvankelijk (art. 159, § 2 Basiswet)”. Het inrichtingshoofd merkte hierover op dat door de onverwachte en langdurige afwezigheden van personeelsleden van het klachtenbureau (die tevens het directiesecretariaat is), het beroepschrift laattijdig werd ingediend. Het klachtenbureau doet haar uiterste best om de hoeveelheid mails te verwerken, maar kan gezien de onderbezetting van het team en de huidige toestand in de gevangenis volgens het inrichtingshoofd niet altijd binnen de voorziene termijn handelen.

De beroepscommissie is van oordeel dat, indien het inrichtingshoofd de toezending van een beroep uitbesteedt aan het klachtenbureau, zij erover moet waken dat het beroepschrift tijdig aan de beroepscommissie wordt toegezonden. De beroepscommissie herhaalt ook dat zowel de directie als de leden van het klachtenbureau toegang hebben tot de mailbox van het klachtenbureau. Niets belet dat een directeur, bij afwezigheid van de gebruikelijke personeelsleden van het klachtenbureau – zelfs indien die afwezigheid onverwacht of langdurig zou zijn – zelf het beroepschrift overmaakt aan de beroepscommissie. Het beroep in dit dossier werd niet ingediend binnen de zeven dagen na kennisname van de uitspraak van de klachtencommissie. Er is bovendien geen sprake van omstandigheden waaruit zou blijken dat het inrichtingshoofd haar beroep zo spoedig heeft ingediend als redelijkerwijs van haar kon worden verlangd. Het beroep is niet-ontvankelijk.
Er werd een klachtendossier met referentie KC16/25-0292 opgestart