Ga verder naar de inhoud

BC/26-0026

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME - HERNIEUWING

Beroepsindiener werpt vooreerst op dat zijn recente veroordeling door de rechtbank van eerste aanleg niet definitief is, terwijl de directeur-generaal niet van de ‘juiste info’ zou uitgaan.
De directeur-generaal wijst er in haar verweer terecht op dat er in de bestreden beslissing tot tweemaal toe op uitdrukkelijke wijze wordt rekening gehouden met het niet-definitieve karakter van het vonnis. Het niet-definitieve karakter van het vonnis staat evenwel het nemen van de thans bestreden beslissing geenszins in de weg.

Vervolgens wijst beroepsindiener er op dat de versoepelingen die werden ingevoerd op 22 juli 2025 in de praktijk dode letter blijven, ondanks zijn uitdrukkelijke verzoeken tot deelname aan welbepaalde activiteiten aan de directie.
Echter blijkt dat beroepsindiener zich nog niet rechtstreeks tot de directie wendde in verband met een welbepaalde activiteit, doch slechts tot de activiteitenondersteuners, die niet zelf kunnen beoordelen welke activiteiten in het algemeen geschikt of haalbaar zijn. De beroepscommissie ziet geen redenen om aan de geloofwaardigheid van deze nadere duiding te twijfelen, te meer omdat beroepsindiener er zelf niet verder op ingaat in zijn beroepschrift.

De bestreden beslissing is niet gebaseerd op ondeugdelijke motieven, noch op een een foute beoordeling van de concrete feitelijkheden met betrekking tot de detentie van beroepsindiener en de wijze waarop het IBVR thans daadwerkelijk wordt ingevuld.

Beroepsindiener kan tot slot niet ernstig voorhouden dat de directeur-generaal in haar beslissing niet zou antwoorden op zijn vraag tot versoepeling naar tafelbezoek voor zijn schoonzus, neven en nichten, nu de bestreden beslissing hieromtrent duidelijk wordt gemotiveerd.
De opgegeven motieven van de directrice-generaal getuigen dan ook niet van een gebrekkig feitelijk onderzoek, noch van een grove onzorgvuldigheid in het beslissingsproces in het kader van de thans bestreden hernieuwingsbeslissing.