STAKING -WANDELING- TEGEMOETKOMING
De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat klager in zijn initiële klacht als tegemoetkoming inderdaad 60 belminuten vorderde per gemiste wandeling en benadrukte dat hij geen individuele wandeling wenst in de “leeuwenkooi”.
De klachtencommissie motiveerde in haar uitspraak niet uitdrukkelijk waarom zij slechts 75 (5X15) belminuten oplegde in plaats van 5X60 belminuten.
Nochtans voerde de directie in het kader van dit dossier geen betwisting omtrent de door klager gevraagde compensatie.
De klachtencommissie wijst er wel op dat zij de compensatie bepaalde ‘in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak’.
In de eerdere rechtspraak was evenwel sprake van een individuele wandeling als compensatie.
De behandeling van het door het inrichtingshoofd later ingestelde (collectieve) beroep (BC/26-0061 tem 0070) leidt de beroepscommissie af dat de klachtencommissie uniformiteit tracht te garanderen in vergelijking met andere gedetineerden.
Zo worden telkens 15 belminuten toegekend per stakingsdag. Aangezien klager vijf gemiste wandelingen hekelde tijdens vijf stakingsdagen, kreeg hij a rato 75 belminuten toegekend.
Hoewel de beroepscommissie ervan uitgaat dat de klachtencommissie dezelfde tegemoetkoming oplegde in soortgelijke zaken vanuit een bekommernis van rechtszekerheid en uniformiteit, ontslaat dat haar er niet van om in te gaan op de concrete vraag van klager voor een hogere compensatie.
Er is volgens de beroepscommissie voorts geen andere redelijke verklaring waarom de klachtencommissie opteert voor 15 minuten als standaard in plaats van 60 minuten, nu -zoals klager aanvoert- inderdaad 60 minuten wandeling werden ontnomen.
Bij de beoordeling van de vraag welke tegemoetkoming kan worden toegekend, moet in het bijzonder zoveel als mogelijk worden gestreefd naar een tegemoetkoming die op een passende wijze erkenning inhoudt van het nadeel dat de klager heeft ondergaan.
De beroepscommissie verklaart het beroep dan ook gegrond en hervormt de tegemoetkoming naar een belkrediet van 300 (5X60) minuten, hetgeen de beroepscommissie passend voorkomt rekening houdend met het feit dat klager tot vijfmaal toe één uur buitenlucht werd ontnomen.
Het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming is zonder voorwerp, aangezien het inrichtingshoofd naliet om opmerkingen te formuleren.
Overigens wordt dergelijke tegemoetkoming op louter administratieve wijze door de penitentiaire administratie verwerkt, zodat het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming in ieder geval zonder voorwerp is.
De beroepscommissie stelt vooreerst vast dat klager in zijn initiële klacht als tegemoetkoming inderdaad 60 belminuten vorderde per gemiste wandeling en benadrukte dat hij geen individuele wandeling wenst in de “leeuwenkooi”.
De klachtencommissie motiveerde in haar uitspraak niet uitdrukkelijk waarom zij slechts 75 (5X15) belminuten oplegde in plaats van 5X60 belminuten.
Nochtans voerde de directie in het kader van dit dossier geen betwisting omtrent de door klager gevraagde compensatie.
De klachtencommissie wijst er wel op dat zij de compensatie bepaalde ‘in overeenstemming met haar eerdere rechtspraak’.
In de eerdere rechtspraak was evenwel sprake van een individuele wandeling als compensatie.
De behandeling van het door het inrichtingshoofd later ingestelde (collectieve) beroep (BC/26-0061 tem 0070) leidt de beroepscommissie af dat de klachtencommissie uniformiteit tracht te garanderen in vergelijking met andere gedetineerden.
Zo worden telkens 15 belminuten toegekend per stakingsdag. Aangezien klager vijf gemiste wandelingen hekelde tijdens vijf stakingsdagen, kreeg hij a rato 75 belminuten toegekend.
Hoewel de beroepscommissie ervan uitgaat dat de klachtencommissie dezelfde tegemoetkoming oplegde in soortgelijke zaken vanuit een bekommernis van rechtszekerheid en uniformiteit, ontslaat dat haar er niet van om in te gaan op de concrete vraag van klager voor een hogere compensatie.
Er is volgens de beroepscommissie voorts geen andere redelijke verklaring waarom de klachtencommissie opteert voor 15 minuten als standaard in plaats van 60 minuten, nu -zoals klager aanvoert- inderdaad 60 minuten wandeling werden ontnomen.
Bij de beoordeling van de vraag welke tegemoetkoming kan worden toegekend, moet in het bijzonder zoveel als mogelijk worden gestreefd naar een tegemoetkoming die op een passende wijze erkenning inhoudt van het nadeel dat de klager heeft ondergaan.
De beroepscommissie verklaart het beroep dan ook gegrond en hervormt de tegemoetkoming naar een belkrediet van 300 (5X60) minuten, hetgeen de beroepscommissie passend voorkomt rekening houdend met het feit dat klager tot vijfmaal toe één uur buitenlucht werd ontnomen.
Het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming is zonder voorwerp, aangezien het inrichtingshoofd naliet om opmerkingen te formuleren.
Overigens wordt dergelijke tegemoetkoming op louter administratieve wijze door de penitentiaire administratie verwerkt, zodat het (opnieuw) horen van het inrichtingshoofd over deze tegemoetkoming in ieder geval zonder voorwerp is.