Ga verder naar de inhoud

BC/26-0100

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie
STAKING - WANDELING

De beroepscommissie stelt vast dat de klachtencommissie de klachten in essentie telkens ontvankelijk verklaarde, onder verwijzing naar de vaststaande rechtspraak van de Nederlandstalige beroepscommissie in gelijkaardige dossiers (BC/25-0153 tem- 0173 en BC/25-0198).
Het inrichtingshoofd verwijt de klachtencommissie dan ook ten onrechte dat ze niet zou hebben gemotiveerd waarom zij zich niet aansluit bij het arrest van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024, nu de beroepscommissie daar in deze uitspraken uitgebreid is op ingegaan.
Hoewel het inrichtingshoofd van Leuven-Centraal -als betrokken partij- genoegzaam op de hoogte was van het principiƫle standpunt van de beroepscommissie in haar uitspraken van 16 juli resp. 17 oktober 2025 (BC/25-0153 tem- 0173 en BC/25-0198), blijft zij desondanks zelf zonder meer verwijzen naar de alleenstaande uitspraak van de Franstalige Raad van State van 26 september 2024 en de daaraan intussen conformerende rechtspraak van de Franstalige beroepscommissie.

Het inrichtingshoofd van Leuven-Centraal berustte nochtans in deze uitspraken van de beroepscommissie, daar zij geen cassatieberoep instelde bij de (Nederlandstalige afdeling van de) Raad van State.

Voor de goede orde merkt de beroepscommissie op dat tegen een andere, gelijkaardige uitspraak van 17 oktober 2025 (BC/25-0135) wel een cassatieberoep werd ingesteld door het inrichtingshoofd van de PI Hasselt.
De Nederlandstalige Raad van State deed echter op heden nog geen uitspraak in het dossier, zodat de beroepscommissie thans integraal blijft verwijzen naar hetgeen zij heeft uiteengezet in haar eerdere principe- uitspraken.

De Nederlandstalige beroepscommissie is overigens niet gebonden door het feit dat de Franstalige beroepscommissie intussen haar eerder ingenomen standpunt herzag en aanneemt dat dergelijke klachten onontvankelijk zijn, nu haar overwegingen niet volledig overeenkomen;

In afwachting van de beslechting van dit rechtspunt door de Nederlandstalige Raad van State, verklaarde klachtencommissie de klachten dan ook terecht ontvankelijk onder verwijzing naar deze rechtspraak van de beroepscommissie.