Ga verder naar de inhoud

BC/26-0108

Gegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Individueel bijzonder veiligheidsregime
INDIVIDUEEL BIJZONDER VEILIGHEIDSREGIME – HOORPLICHT

De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de hernieuwing van zijn individueel bijzonder veiligheidsregime. De beroepscommissie wijst erop dat bij een hernieuwing van een individueel bijzonder veiligheidsregime er zowel een ‘medisch advies met betrekking tot de verenigbaarheid van het voorgestelde regime met de gezondheidstoestand van de gedetineerde’ als een ‘psycho-medisch verslag’ in het dossier aanwezig moeten zijn. Nergens uit dit dossier blijkt er enige psycho-medische verslaggeving te zijn. Alleen al hierdoor is de beslissing onwettig.

Ten overvloede wijst de beroepscommissie erop dat, alvorens het voorstel in te dienen, de directeur de gedetineerde in kennis moet stellen van de inhoud en de motieven van het voorstel en hem de gelegenheid moet geven, desgewenst bijgestaan door een raadsman of vertrouwenspersoon, om zijn verweermiddelen te laten gelden. Het medisch advies en psycho-medisch verslag maken een integraal onderdeel uit van dit voorstel. Uit het dossier blijkt dat het medisch advies pas na de hoorzitting werd opgemaakt. Uit de beschikbare informatie blijkt niet dat de beroepsindiener na het hoormoment, daarbij desgewenst bijgestaan door zijn advocaat, in de gelegenheid zou zijn gesteld om zijn eventuele verweermiddelen met betrekking tot dit medisch advies of de impact ervan op het voorgestelde regime uiteen te zetten. Er was ook nog voldoende tijd om een psycho-medisch verslag alsnog op te vragen en op te maken en de beroepsindiener, desgewenst samen met zijn raadsman, in de gelegenheid te stellen om hierover zijn verweermiddelen te laten gelden. Dit alles blijkt niet te zijn gebeurd. Hierdoor werd ook de hoorplicht miskend. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.