Ga verder naar de inhoud

BC/26-0148

Onontvankelijk Beroepscommissie Beroepscommissie BC - Beroep tegen aspect KC/ Appel contre aspect CP
KLACHTENPROCEDURE

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij acht klachten werden beoordeeld. De klachtencommissie verklaarde vijf klachten niet-ontvankelijk, twee klachten ontvankelijk maar ongegrond en één klacht ontvankelijk en gegrond. Klager hekelt dat hij, door zijn overplaatsing, de zitting van de klachtencommissie niet kon bijwonen. De beroepscommissie stelt vast dat klager wel werd vertegenwoordigd door zijn advocaat op de zitting. Hoewel vertegenwoordiging door een advocaat op zitting niet nadrukkelijk wordt voorzien in artikel 154 Basiswet, ziet de beroepscommissie er geen graten in. De vertegenwoordiging door een advocaat zorgt ervoor dat de rechten van verdediging van een – in dit dossier overgeplaatste – gedetineerde worden gerespecteerd. En hoewel de persoonlijke verschijning van een gedetineerde op een zitting van de klachtencommissie steeds verkieslijk is, kan uit de Basiswet geen verplichting tot persoonlijke verschijning worden afgeleid. Het mandaat ad litem van de op de zitting aanwezige advocaat kon worden vermoed. Een bijzondere lastgeving wordt immers niet vereist door de Basiswet. In zoverre klager een zitting bij de beroepscommissie zou willen, wijst de beroepscommissie erop dat zij een dossier in principe schriftelijk behandelt. De beroepscommissie ziet geen reden waarom het opportuun zou zijn om klager mondelinge opmerkingen te laten maken in de gevangenis ten overstaan van een van haar leden. Voor het overige voert klager in zijn beroepschrift geen enkele reden aan waarom hij het oneens is met de beslissing van de klachtencommissie over één of meerdere van zijn initiële klachten. Het beroep is niet-ontvankelijk.