Ga verder naar de inhoud

BC/26-0155

Beroepscommissie Beroepscommissie

FOUILLE LICHAAM

Klager heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij zijn klacht over een fouillering op zijn lichaam niet-ontvankelijk werd verklaard. De directie voerde aan dat er rond de door klager vermelde datum geen fouillering op zijn lichaam werd uitgevoerd. De klachtencommissie heeft een zitting georganiseerd en trachtte te achterhalen of klager al dan niet op zijn lichaam werd gefouilleerd in die periode. Zij kwam uiteindelijk tot de volgende conclusie: “De klachtencommissie kan op basis van alle informatie in het dossier geen concrete beslissing van de directeur ontwaren. Klager kan geen precieze datum van de fouille opgeven, en uit de informatie aangebracht door de directie blijkt dat er rond die periode geen fouillering op klagers lichaam heeft plaatsgevonden. De verklaringen van klager ter zitting zijn daarnaast onvoldoende om een specifieke beslissing te ontwaren of de omstandigheden hierrond te kennen. De klachtencommissie kan op basis van de summiere gegevens de klacht onmogelijk onderzoeken”. In zijn beroepschrift herhaalt klager grotendeels wat hij reeds in zijn initiële klacht had geschreven en op de zitting van de klachtencommissie had uiteengezet. De beroepscommissie beschikt over onvoldoende aannemelijke informatie die zou toelaten om anders over het dossier te oordelen dan de klachtencommissie. De beroepscommissie kan zich dan ook aansluiten bij het oordeel van de klachtencommissie dat uit niets blijkt dat klager in de door hem vermelde data op zijn lichaam zou zijn gefouilleerd. De initiële klacht werd terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.