Ga verder naar de inhoud

BC/26-0163

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Overplaatsing
OVERPLAATSING

De beroepsindiener heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de directrice-generaal over zijn bezwaarschrift, waarbij de beslissing werd behouden om hem vanuit de gevangenis van Antwerpen te plaatsen in Beveren voor strafuitvoering. De beroepsindiener wil in hoofdorde liever naar Hoogstraten. Hij hekelt dat hij omwille van zijn te hoge strafmaat niet in bepaalde gevangenissen terecht zou kunnen. De beroepscommissie merkt op dat de penitentiaire administratie wel degelijk nog rekening houdt met strafmaten voor het al dan niet plaatsen van gedetineerden in bepaalde gevangenissen. Hoewel dit nergens nadrukkelijk geregeld staat, valt dit wel binnen haar discretionaire bevoegdheid. Zoals blijkt uit collectieve brief nr. 157, is een plaatsingsbeslissing echter niet louter ingegeven vanuit het statuut en de strafmaat, maar worden andere criteria in rekening genomen.

Het is verder onduidelijk of de beroepsindiener een individueel detentieplan heeft, maar hij heeft in ieder geval niet aannemelijk gemaakt dat er bij deze plaatsing geen of onvoldoende rekening werd gehouden met zijn persoon en levenssituatie, bv. op het vlak van bezoek of reclasseringsmogelijkheden en -initiatieven.

Vervolgens achtte de directrice-generaal een overplaatsing naar Hoogstraten voorbarig, wegens het gebrek aan een PSD-verslag en risicotaxatie. De beroepscommissie vindt het niet aannemelijk gemaakt, o.a. gelet op de korte tijdspanne tussen de (definitieve) veroordeling en de VI-datum, dat de PSD geen of onvoldoende spoedig werk zou maken van het verslag en de risicotaxatie. Het valt ook binnen de – in dit kader ruime – discretionaire bevoegdheid van de penitentiaire administratie om een plaatsing in Hoogstraten als voorbarig te hebben gekwalificeerd.

Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond.