Ga verder naar de inhoud

BC/26-0290

Ongegrond Beroepscommissie Beroepscommissie Andere beslissing directeur
ARBEID

Het inrichtingshoofd heeft beroep ingediend tegen de beslissing van de klachtencommissie waarbij klagers klacht over het niet-betalen van premies voor tijdens bepaalde (feest)dagen geleverde arbeidsprestaties ontvankelijk en gegrond werd verklaard. Al jarenlang kregen gedetineerden die werkten in de keuken tijdens deze (feest)dagen een premie van € 20,00 per dag. Klager had eind 2025 en begin 2026 arbeidsprestaties geleverd tijdens vier van die dagen. Hoewel een beambte had bevestigd dat er ook voor arbeidsprestaties geleverd eind 2025 en begin 2026 zulke premies zouden worden toegekend, besliste een nieuwe directeur(-zaakvoerder) na het leveren van die prestaties om de premies niet meer uit te betalen, aangezien deze voorheen werden uitbetaald vanuit het steunfonds, wat boekhoudkundig niet kan.

De beroepscommissie wijst erop dat de argumenten van het inrichtingshoofd over de boekhouding en budgetten zich situeren binnen de financiële organisatie van de gevangenis. Zij staan volledig los van de vraag of klager al dan niet recht had op de premies. Dat de budgetten voor deze premie in het verleden – klaarblijkelijk foutief – vanuit het steunfonds werden uitgekeerd, is een boekhoudkundige kwestie die binnen de penitentiaire administratie moet worden uitgeklaard. De beroepscommissie bevestigt het oordeel van de klachtencommissie dat er sprake was van een schending van het vertrouwensbeginsel. Er is volgens de beroepscommissie sprake van toezeggingen of beloften die klager niet anders kon opvatten dan als een (bevestiging van) een vaste gedragslijn of beleidsregel van de penitentiaire administratie. De directeur kon dan ook niet zomaar beslissen om dat vertrouwen – en de opgewekte gerechtvaardigde verwachtingen – te beschamen door die premies niet aan klager toe te kennen. De klachtencommissie heeft terecht beslist dat er sprake was van een schending van het vertrouwensbeginsel.

Het beroep is ontvankelijk, maar niet gegrond. Aan klager moet een restbedrag van € 48,00 worden betaald (de premies van € 80,00 min € 32,00 aan overuren die reeds bij wijze van tegemoetkoming door de directie werden toegekend ter compensatie van het niet-betalen van de premies).