TUCHT - CAMERABEELDEN
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Haren.
De directie mag in de motivering van de tuchtbeslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting werden de camerabeelden ook bekeken. De directie meent dat de camerabeelden de feiten voldoende aantonen.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s en de videobeelden. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De motivering voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen in de gevangenis of de bedreiging blijkt. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als deze inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 15 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Haren.
De directie mag in de motivering van de tuchtbeslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk opgesteld RAD. Zij mag op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Op de tuchtrechtelijke hoorzitting werden de camerabeelden ook bekeken. De directie meent dat de camerabeelden de feiten voldoende aantonen.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s en de videobeelden. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De motivering voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen in de gevangenis of de bedreiging blijkt. De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in het RAD als deze inbreuk werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd.
De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De klachtencommissie zou aan klager voor deze tuchtinbreuk van de eerste categorie maximaal 30 dagen ATV kunnen opleggen. Klager kreeg 15 dagen ATV opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf heeft opgelegd. Om bovenstaande redenen is de klacht ongegrond.
Er werd een beroepsdossier met referentie BC/26-0130 opgestart