Ga verder naar de inhoud

KC02/21-0057

Ongegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - FOUILLE LICHAAM

De Klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in onderhavige zaak wettelijk gezien een voorlopige maatregel kon opleggen aan klager. Het gedrag van klager kan immers een ernstige en ook opzettelijke aantasting zijn van de interne veiligheid.
De Klachtencommissie wijst op artikel 144, §1 van de Basiswet, waaruit blijkt dat het rapport aan de directeur hét document bij uitstek is waarbij tuchtfeiten worden vastgesteld en dat de aanleiding kan vormen voor het opstarten van een tuchtprocedure. In dit geval ziet de Klachtencommissie geen redenen waarom de directeur had moeten twijfelen aan de inhoud van het rapport, noch ziet de Klachtencommissie enige overtuigende argumenten vanwege klager waarom het rapport niet zou kloppen. De Klachtencommissie is van mening dat de tuchtbeslissing van 14 dagen ATV redelijk en billijk is.
De Klachtencommissie herinnert eraan dat het niet toegestaan is om een fouillering op het lichaam stelselmatig op te leggen zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft. De Klachtencommissie benadrukt dat de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel op zich, zonder bijkomend concreet element van gevaar voor de orde of de veiligheid – geen individuele aanwijzing vormt die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt.