TUCHT - MOTIVERING - SANCTIE - ONTSLAG
Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing waarbij hem 14 dagen verbod van deelname aan werk in gemeenschappelijk verband werd opgelegd. De directie oordeelt over het bewezen zijn van de feiten en dus over de vraag of de haar voorgelegde gegevens volstaan om de ten laste gelegde feiten voor bewezen te houden. De gedetineerde kan enkel schuldig worden verklaard voor de tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur de feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. De Klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
Indien er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk, kan een bijzondere tuchtsanctie worden opgelegd. Het verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband is zo’n bijzondere tuchtsanctie die bepaald is in de Basiswet. De Klachtencommissie kan noch in de tuchtbeslissing, noch in het verweer van de directeur enig verband zien tussen de slordige cel en het uitoefenen van de functie van keukenmedewerker. Gezien er geen verband is tussen de bijzondere tuchtsanctie en de aard van de tuchtinbreuk, is de sanctie niet genomen overeenkomstig de vereisten van de Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager was op het moment van de tuchtinbreuk werkzaam als keukenmedewerker. Hoewel de tuchtsanctie slechts werd opgelegd gedurende 14 dagen, werkt klager sinds het opleggen van de voorlopige maatregel niet meer in de keuken. Volgens de tuchtbeslissing was er sprake van een vertrouwensbreuk. De facto werd klager dus ontslagen omwille van de tuchtinbreuk. Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van 18.06.2015 volgen. De Klachtencommissie stelt vast dat er geen schriftelijke ordemaatregel werd genomen en dat klager werd ontslagen tijdens de tuchtsanctie. De beslissing van de directie is dan ook niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.
Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing waarbij hem 14 dagen verbod van deelname aan werk in gemeenschappelijk verband werd opgelegd. De directie oordeelt over het bewezen zijn van de feiten en dus over de vraag of de haar voorgelegde gegevens volstaan om de ten laste gelegde feiten voor bewezen te houden. De gedetineerde kan enkel schuldig worden verklaard voor de tuchtrechtelijke inbreuk wanneer de directeur de feiten bewezen acht én de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. De Klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
Indien er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk, kan een bijzondere tuchtsanctie worden opgelegd. Het verbod om deel te nemen aan werk in gemeenschappelijk verband is zo’n bijzondere tuchtsanctie die bepaald is in de Basiswet. De Klachtencommissie kan noch in de tuchtbeslissing, noch in het verweer van de directeur enig verband zien tussen de slordige cel en het uitoefenen van de functie van keukenmedewerker. Gezien er geen verband is tussen de bijzondere tuchtsanctie en de aard van de tuchtinbreuk, is de sanctie niet genomen overeenkomstig de vereisten van de Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager was op het moment van de tuchtinbreuk werkzaam als keukenmedewerker. Hoewel de tuchtsanctie slechts werd opgelegd gedurende 14 dagen, werkt klager sinds het opleggen van de voorlopige maatregel niet meer in de keuken. Volgens de tuchtbeslissing was er sprake van een vertrouwensbreuk. De facto werd klager dus ontslagen omwille van de tuchtinbreuk. Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota Arbeid-Tucht-Veiligheidsmaatregel van de Directie Juridische Dienst van 18.06.2015 volgen. De Klachtencommissie stelt vast dat er geen schriftelijke ordemaatregel werd genomen en dat klager werd ontslagen tijdens de tuchtsanctie. De beslissing van de directie is dan ook niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.