TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - KWALIFICATIE INBREUK - ORDEMAATREGEL - ONTSLAG
De rapporten aan de directeur (RAD) vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Klager brengt geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties aan waarom de vaststellingen in het RAD onjuist zouden zijn. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport.
De klachtencommissie is echter van oordeel dat de vaststellingen uit het rapport niet gekwalificeerd konden worden als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. De directie heeft immers zelf verklaard op de zitting dat zij geen idee heeft wat in de bewuste pakketjes zat. Vaak zijn dat drugs en gsm’s, maar evengoed eten. Naar aanleiding van het RAD werd klager ook niet gecontroleerd op verboden voorwerpen zodat de klachtencommissie van oordeel is de directie niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken.
De klachtencommissie meent dat de feiten dienen geherkwalificeerd te worden naar het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Elke verkoop, ruil, lening, schenking en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn immers verboden. Deze tuchtinbreuk is een inbreuk van tweede categorie maar de wettelijke maximumsanctie van 15 dagen werd gerespecteerd. Gelet op het tuchtregister van klager, meent de klachtencommissie dat deze tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk is. De klacht is om deze reden gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt.
Klager verklaart dat hij naar aanleiding van de bestreden tuchtbeslissing werd ontslagen. Ter zitting betwist de directie dit niet maar de directie kan geen ordemaatregel terugvinden in het dossier van klager. De klachtencommissie stelt vast dat er geen schriftelijke ordemaatregel werd genomen en dat klager werd ontslagen tijdens de tuchtsanctie. De beslissing van de directie is dan ook niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.
De rapporten aan de directeur (RAD) vormen voor de directie een belangrijke basis als bewijs voor een tuchtrechtelijke inbreuk. De directie mag in de motivering van haar beslissing verwijzen naar een voldoende duidelijk RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen omdat de directie er redelijkerwijze kan van uitgaan dat deze rapporten een correcte weergave zijn van de feiten, tenzij er overtuigende elementen worden aangevoerd die het tegendeel aantonen. Klager brengt geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties aan waarom de vaststellingen in het RAD onjuist zouden zijn. De klachtencommissie ziet dan ook geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het rapport.
De klachtencommissie is echter van oordeel dat de vaststellingen uit het rapport niet gekwalificeerd konden worden als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken. De directie heeft immers zelf verklaard op de zitting dat zij geen idee heeft wat in de bewuste pakketjes zat. Vaak zijn dat drugs en gsm’s, maar evengoed eten. Naar aanleiding van het RAD werd klager ook niet gecontroleerd op verboden voorwerpen zodat de klachtencommissie van oordeel is de directie niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuken.
De klachtencommissie meent dat de feiten dienen geherkwalificeerd te worden naar het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Elke verkoop, ruil, lening, schenking en andere gelijkaardige handelingen tussen gedetineerden zijn immers verboden. Deze tuchtinbreuk is een inbreuk van tweede categorie maar de wettelijke maximumsanctie van 15 dagen werd gerespecteerd. Gelet op het tuchtregister van klager, meent de klachtencommissie dat deze tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk is. De klacht is om deze reden gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt.
Klager verklaart dat hij naar aanleiding van de bestreden tuchtbeslissing werd ontslagen. Ter zitting betwist de directie dit niet maar de directie kan geen ordemaatregel terugvinden in het dossier van klager. De klachtencommissie stelt vast dat er geen schriftelijke ordemaatregel werd genomen en dat klager werd ontslagen tijdens de tuchtsanctie. De beslissing van de directie is dan ook niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.