KC02/22-0093
Gegrond
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Tucht
Fouille op het lichaam
FOUILLE OP HET LICHAAM - MOTIVERING - TUCHT - BIJSTAND ADVOCAAT - SANCTIE
Klager dient een klacht in tegen de tuchtbeslissing omdat hij meent dat de directie niet correct heeft genoteerd in de tuchtbeslissing dat zijn advocaat de toegang werd geweigerd toen hij zich aanmeldde voor de tuchthoorzitting. Klager meent ook dat de wettelijk toegelaten sanctie werd overschreden. Klager dient ook klacht in tegen de naaktfouille omdat hij de gemotiveerde beslissing niet heeft gekregen.
Bij de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure heeft klager laten weten dat hij de bijstand wenst van zijn voorkeursadvocaat. Van de gevangenisadministratie wordt vervolgens verwacht dat ze de aanwezigheid van de advocaat verzekert, onder meer door de advocaat tijdig op de hoogte te brengen van de tuchthoorzitting. Door de raadsman van klager op een zaterdagnamiddag uit te nodigen voor een zitting op een zondagvoormiddag, werd de raadsman van klager niet tijdig opgeroepen. Desondanks dat de raadsman niet tijdig werd opgeroepen, heeft de raadsman van klager nog in extremis kennis genomen van de uitnodiging en heeft zijn kantoorgenoot zich op zondagvoormiddag tijdig gemeld in de gevangenis. Zowel klager als zijn raadsman verklaren dat de advocaat bij de portiers de melding kreeg dat de tuchthoorzitting van klager niet doorging aangezien hij in de beveiligde cel zat. De raadsman heeft de gevangenis na deze boodschap vervolgens verlaten, reden waarom er ook geen inschrijving van een advocaat in het systeem kan worden gevonden. Zowel klager als de directie verklaren dat er geen voorlopige maatregel in de vorm van een plaatsing in de beveiligde cel was genomen. Klager zat gewoon op cel in afwachting van de tuchthoorzitting. Bijgevolg heeft de gevangenisadministratie nagelaten om de advocaat tijdig op te roepen en werd bovendien de aanwezigheid van de advocaat op de tuchthoorzitting verhinderd. In het verslag van de tuchthoorzitting staat niets vermeld over een eventuele afstand van het recht op bijstand van een advocaat. Klager verklaart nochtans dat hij op de tuchthoorzitting om de bijstand van zijn advocaat heeft gevraagd. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan de verklaring van klager. Bovendien heeft de klachtencommissie in een eerdere uitspraak reeds de aanbeveling geformuleerd om verklaringen of betwistingen over de bijstand van een raadsman expliciet op te nemen in het verslag van de tuchthoorzitting. De directeur bevestigt op de zitting de meerwaarde van zo’n vermeldingen. De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtbeslissing werd genomen met schending van de rechten van verdediging van klager.
De directie heeft in de tuchtbeslissing aangeduid dat zij een algemene tuchtsanctie oplegt hoewel het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve en ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (geen CUSPO) een bijzondere tuchtsanctie is. Een bijzondere tuchtsanctie kan slechts opgelegd worden mits er een verband is met de aard van de tuchtrechtelijke inbreuk. Het moet met andere woorden over een zogenaamde “spiegelende sanctie” gaan. Dit verband blijkt niet uit de motivering van de tuchtbeslissing. De directie kon dit verband ook niet verduidelijken op de zitting. De directie heeft deze sanctie opgelegd omdat men geen ATV meer kon opleggen. Klager had reeds een tuchtsanctie lopen van in totaal 30 dagen ATV. De Basiswet voorziet echter nog andere algemene tuchtsancties zoals de berisping of de beperking van het recht om in de kantine bepaalde voorwerpen aan te schaffen. De klachtencommissie besluit dat de tuchtbeslissing onwettig is.
Om deze redenen is de klacht gegrond.
Doordat verschillende gedetineerden klacht hebben ingediend over de actie, heeft de klachtencommissie kunnen vaststellen dat de beslissingen tot naaktfouille identiek gemotiveerd werden voor alle betrokken gedetineerden. De motivering is dus een algemene standaardformule die bovendien voorwaardelijk werd geformuleerd. Bijgevolg bevat de beslissing geen concrete geïndividualiseerde elementen waarom specifiek klager onderworpen moest worden aan een fouille op het lichaam. Bovendien wordt in de beslissing niet gemotiveerd waarom een celcontrole of een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit is van een gsm. Een onderzoek aan het lichaam heeft nochtans een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. De schending van het subsidiariteitsprincipe is in dit dossier toonaangevend. De beslissing tot naaktfouille werd voorafgaand aan de actie opgesteld, nog voor een celcontrole of een onderzoek aan de kledij was uitgevoerd. Omdat de celcontrole naderhand negatief was, werd volgens de directie de instructie gegeven om de naaktfouille niet te laten doorgaan wegens overbodig. Deze instructie werd echter niet uitgevoerd, waardoor klager toch onderworpen is aan en in zijn integriteit is aangetast door een overbodige naaktfouille. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een onderzoek aan het lichaam niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager dient een klacht in tegen de tuchtbeslissing omdat hij meent dat de directie niet correct heeft genoteerd in de tuchtbeslissing dat zijn advocaat de toegang werd geweigerd toen hij zich aanmeldde voor de tuchthoorzitting. Klager meent ook dat de wettelijk toegelaten sanctie werd overschreden. Klager dient ook klacht in tegen de naaktfouille omdat hij de gemotiveerde beslissing niet heeft gekregen.
Bij de mededeling tot opstart van de tuchtprocedure heeft klager laten weten dat hij de bijstand wenst van zijn voorkeursadvocaat. Van de gevangenisadministratie wordt vervolgens verwacht dat ze de aanwezigheid van de advocaat verzekert, onder meer door de advocaat tijdig op de hoogte te brengen van de tuchthoorzitting. Door de raadsman van klager op een zaterdagnamiddag uit te nodigen voor een zitting op een zondagvoormiddag, werd de raadsman van klager niet tijdig opgeroepen. Desondanks dat de raadsman niet tijdig werd opgeroepen, heeft de raadsman van klager nog in extremis kennis genomen van de uitnodiging en heeft zijn kantoorgenoot zich op zondagvoormiddag tijdig gemeld in de gevangenis. Zowel klager als zijn raadsman verklaren dat de advocaat bij de portiers de melding kreeg dat de tuchthoorzitting van klager niet doorging aangezien hij in de beveiligde cel zat. De raadsman heeft de gevangenis na deze boodschap vervolgens verlaten, reden waarom er ook geen inschrijving van een advocaat in het systeem kan worden gevonden. Zowel klager als de directie verklaren dat er geen voorlopige maatregel in de vorm van een plaatsing in de beveiligde cel was genomen. Klager zat gewoon op cel in afwachting van de tuchthoorzitting. Bijgevolg heeft de gevangenisadministratie nagelaten om de advocaat tijdig op te roepen en werd bovendien de aanwezigheid van de advocaat op de tuchthoorzitting verhinderd. In het verslag van de tuchthoorzitting staat niets vermeld over een eventuele afstand van het recht op bijstand van een advocaat. Klager verklaart nochtans dat hij op de tuchthoorzitting om de bijstand van zijn advocaat heeft gevraagd. De klachtencommissie heeft geen redenen om te twijfelen aan de verklaring van klager. Bovendien heeft de klachtencommissie in een eerdere uitspraak reeds de aanbeveling geformuleerd om verklaringen of betwistingen over de bijstand van een raadsman expliciet op te nemen in het verslag van de tuchthoorzitting. De directeur bevestigt op de zitting de meerwaarde van zo’n vermeldingen. De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtbeslissing werd genomen met schending van de rechten van verdediging van klager.
De directie heeft in de tuchtbeslissing aangeduid dat zij een algemene tuchtsanctie oplegt hoewel het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve en ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (geen CUSPO) een bijzondere tuchtsanctie is. Een bijzondere tuchtsanctie kan slechts opgelegd worden mits er een verband is met de aard van de tuchtrechtelijke inbreuk. Het moet met andere woorden over een zogenaamde “spiegelende sanctie” gaan. Dit verband blijkt niet uit de motivering van de tuchtbeslissing. De directie kon dit verband ook niet verduidelijken op de zitting. De directie heeft deze sanctie opgelegd omdat men geen ATV meer kon opleggen. Klager had reeds een tuchtsanctie lopen van in totaal 30 dagen ATV. De Basiswet voorziet echter nog andere algemene tuchtsancties zoals de berisping of de beperking van het recht om in de kantine bepaalde voorwerpen aan te schaffen. De klachtencommissie besluit dat de tuchtbeslissing onwettig is.
Om deze redenen is de klacht gegrond.
Doordat verschillende gedetineerden klacht hebben ingediend over de actie, heeft de klachtencommissie kunnen vaststellen dat de beslissingen tot naaktfouille identiek gemotiveerd werden voor alle betrokken gedetineerden. De motivering is dus een algemene standaardformule die bovendien voorwaardelijk werd geformuleerd. Bijgevolg bevat de beslissing geen concrete geïndividualiseerde elementen waarom specifiek klager onderworpen moest worden aan een fouille op het lichaam. Bovendien wordt in de beslissing niet gemotiveerd waarom een celcontrole of een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit is van een gsm. Een onderzoek aan het lichaam heeft nochtans een subsidiair karakter en moet beschouwd worden als ultimum remedium. De schending van het subsidiariteitsprincipe is in dit dossier toonaangevend. De beslissing tot naaktfouille werd voorafgaand aan de actie opgesteld, nog voor een celcontrole of een onderzoek aan de kledij was uitgevoerd. Omdat de celcontrole naderhand negatief was, werd volgens de directie de instructie gegeven om de naaktfouille niet te laten doorgaan wegens overbodig. Deze instructie werd echter niet uitgevoerd, waardoor klager toch onderworpen is aan en in zijn integriteit is aangetast door een overbodige naaktfouille. De klachtencommissie besluit dat de beslissing tot het opleggen van een onderzoek aan het lichaam niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. De klacht is gegrond.