TUCHT - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
De verantwoordelijkheid van de directeur verbonden aan het opleggen van een ATV sanctie en een sanctie verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve, of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband stopt niet bij de tuchtbeslissing op zich, maar strekt zich met betrekking tot de waarborging van bepaalde rechten uit tot de volledige duur van de tuchtsanctie. De overige zaken waarover klager zich beklaagt vloeien met andere woorden wel degelijk voort uit een beslissing van de directeur, namelijk de tuchtbeslissing van 25 december 2022. Het behoort tot de zorgplicht van de gevangenisdirecteur dat gedetineerden hun recht op één uur buitenlucht ook in het geval waarin een tuchtbeslissing is opgelegd, kunnen genieten. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.
De directeur betwist tijdens de hoorzitting niet dat klager geen individuele wandeling zou hebben gehad, zoals klager zelf beweert. Volgens de klachtencommissie staat dan ook vast dat klager de eerste dag van zijn sanctie geen uur buitenlucht heeft kunnen genieten.
Bovendien blijkt ter zitting dat de individuele wandeling in principe ’s ochtends plaatsvindt. Zo is er een structureel organisatorisch probleem voor gedetineerden die in de voormiddag een tuchtsanctie opgelegd krijgen en die diezelfde dag nog wensen gebruik te maken van hun recht op één uur buitenlucht per dag. De klachtencommissie benadrukt dat hiervoor een oplossing moet worden gezocht zodat het recht van gedetineerden kan worden gewaarborgd.
Om deze redenen is de klacht gegrond en wordt aan klager een tegemoetkoming toegekend van één extra sportwandeling.
De verantwoordelijkheid van de directeur verbonden aan het opleggen van een ATV sanctie en een sanctie verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve, of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband stopt niet bij de tuchtbeslissing op zich, maar strekt zich met betrekking tot de waarborging van bepaalde rechten uit tot de volledige duur van de tuchtsanctie. De overige zaken waarover klager zich beklaagt vloeien met andere woorden wel degelijk voort uit een beslissing van de directeur, namelijk de tuchtbeslissing van 25 december 2022. Het behoort tot de zorgplicht van de gevangenisdirecteur dat gedetineerden hun recht op één uur buitenlucht ook in het geval waarin een tuchtbeslissing is opgelegd, kunnen genieten. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.
De directeur betwist tijdens de hoorzitting niet dat klager geen individuele wandeling zou hebben gehad, zoals klager zelf beweert. Volgens de klachtencommissie staat dan ook vast dat klager de eerste dag van zijn sanctie geen uur buitenlucht heeft kunnen genieten.
Bovendien blijkt ter zitting dat de individuele wandeling in principe ’s ochtends plaatsvindt. Zo is er een structureel organisatorisch probleem voor gedetineerden die in de voormiddag een tuchtsanctie opgelegd krijgen en die diezelfde dag nog wensen gebruik te maken van hun recht op één uur buitenlucht per dag. De klachtencommissie benadrukt dat hiervoor een oplossing moet worden gezocht zodat het recht van gedetineerden kan worden gewaarborgd.
Om deze redenen is de klacht gegrond en wordt aan klager een tegemoetkoming toegekend van één extra sportwandeling.