KC02/23-0030
Ongegrond
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De klacht is gericht tegen een BVM, waarbij klager een individueel regime opgelegd krijgt en ondergebracht wordt in de veiligheidscel zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn. De situatie die aanleiding gaf tot de BVM is de volgende: “Betrokkene blijft volharden in het vernederen, beledigen en bedreigen van zowel bewakingspersoneel, psd als directie. Hij laat bovendien geen kans onbenut om zijn nazisympathie openlijk te verkondigen en dikt dit ook verder aan met negationistische uitspraken op.” De motivering van de BVM is de volgende: “Gelet op de zeer dreigen de houding t.a.v. het personeel in het algemeen en de uitspraken die betrokkene doet is het noodzakelijk om deze veiligheidsmaatregel op te leggen, zodat hij van kortbij kan opgevolgd worden. Dit ter bescherming van de psychische en fysiek integriteit van deze en van betrokkene zelf.” De uitspraken van klager kunnen als ernstige aanwijzingen worden gezien die de orde en veiligheid in de gevangenis in gevaar brengen. De directie heeft in het verleden een tuchtsanctie opgelegd aan klager. Daarna is er beslist dat een bijzondere veiligheidsmaatregel noodzakelijk was, gezien klager bleef volharden in zijn gedrag. Beledigingen kunnen in een gevangenissetting niet getolereerd worden. Dit vloeit niet voort uit het Huishoudelijk reglement maar uit de Basiswet. Klager kan zich niet beroepen op het feit dat hij geen Huishoudelijk reglement heeft ontvangen om zijn gedrag te verantwoorden. Tegen iemand zeggen: “geef me een stoel of ik maak u kapot” is een bedreiging en kan bijgevolg de orde en veiligheid in de gevangenis in gevaar brengen. Ook dit is gedrag dat verboden is volgens de Basiswet. De BVM is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.
De klacht is gericht tegen een BVM, waarbij klager een individueel regime opgelegd krijgt en ondergebracht wordt in de veiligheidscel zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn. De situatie die aanleiding gaf tot de BVM is de volgende: “Betrokkene blijft volharden in het vernederen, beledigen en bedreigen van zowel bewakingspersoneel, psd als directie. Hij laat bovendien geen kans onbenut om zijn nazisympathie openlijk te verkondigen en dikt dit ook verder aan met negationistische uitspraken op.” De motivering van de BVM is de volgende: “Gelet op de zeer dreigen de houding t.a.v. het personeel in het algemeen en de uitspraken die betrokkene doet is het noodzakelijk om deze veiligheidsmaatregel op te leggen, zodat hij van kortbij kan opgevolgd worden. Dit ter bescherming van de psychische en fysiek integriteit van deze en van betrokkene zelf.” De uitspraken van klager kunnen als ernstige aanwijzingen worden gezien die de orde en veiligheid in de gevangenis in gevaar brengen. De directie heeft in het verleden een tuchtsanctie opgelegd aan klager. Daarna is er beslist dat een bijzondere veiligheidsmaatregel noodzakelijk was, gezien klager bleef volharden in zijn gedrag. Beledigingen kunnen in een gevangenissetting niet getolereerd worden. Dit vloeit niet voort uit het Huishoudelijk reglement maar uit de Basiswet. Klager kan zich niet beroepen op het feit dat hij geen Huishoudelijk reglement heeft ontvangen om zijn gedrag te verantwoorden. Tegen iemand zeggen: “geef me een stoel of ik maak u kapot” is een bedreiging en kan bijgevolg de orde en veiligheid in de gevangenis in gevaar brengen. Ook dit is gedrag dat verboden is volgens de Basiswet. De BVM is wettelijk, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.