Ga verder naar de inhoud

KC02/23-0148

Gegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Ordemaatregel
ORDEMAATREGEL - WANDELING
De klacht is gericht tegen een ordemaatregel waarbij klager een verbod op gemeenschappelijke wandeling en een celmutatie naar een cel die niet uitkijkt op een wandeling opgelegd kreeg. In de argumentatie van de directie die blijkt uit het RAD van 15 oktober 2023, de motivering van de ordemaatregel en het verweer van de directie, motiveert de directie duidelijk waarom zij een celmutatie naar een cel die niet uitkijkt op de wandeling, noodzakelijk acht. Zij heeft immers aanwijzingen dat klager een rol speelt in de overgooiproblematiek in de gevangenis. De directie motiveert verder waarom de celmutatie nodig is, nl. omdat klager ook via het raam van zijn cel zijn handel nog kon verderzetten. Op basis hiervan is de klachtencommissie van oordeel dat de celmutatie gemotiveerd is en niet onredelijk of onbillijk is. De klacht is op dit punt ongegrond.

Wat betreft het verbod op gemeenschappelijke wandeling, is hetgeen de directie hier doet in feite het opleggen van de bijzondere veiligheidsmaatregel voorzien in artikel 112, §1, 2° van de Basiswet, nl. de uitsluiting van bepaalde gemeenschappelijke en individuele activiteiten, en dit door middel van een ordemaatregel voor de duur van één maand. Gelet op de fundamentele rechten die door middel van een bijzondere veiligheidsmaatregel aan de gedetineerde worden ontzegd, heeft de wetgever hieraan ook wettelijke waarborgen verbonden. Zo mag een BVM slechts opgelegd worden voor een duur van 7 dagen en kan deze maximaal drie keer verlengd worden. Door een ordemaatregel te nemen voor een maand, schendt de directie de termijn van een BVM en aldus de rechten van de gedetineerde. De klacht is op dit punt gegrond.