KC02/23-0159
Ongegrond
Gegrond
Onontvankelijk
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
Tucht
Geen beslissing directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - CELMUTATIE - TUCHT
Klager klaagt ten eerste over het feit dat zijn medische douche werd ontnomen. De beslissing om al dan niet een medische douche toe te kennen, is echter een beslissing van de arts. De directie komt hier niet in tussen. Klager brengt de klacht voor het overige niet in verband met een beslissing van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager klaagt ten tweede over het feit dat zijn cel te klein is. De toewijzing van de verblijfsruimte van gedetineerden valt onder de discretionaire bevoegdheid van de directie. In de Basiswet worden geen specifieke voorwaarden of regels bepaald waaraan een beslissing tot plaatsing in een bepaalde cel door de directie moet voldoen. De directie is met andere woorden in principe vrij om te kiezen op welke cel en afdeling zij een bepaalde gedetineerde plaatst. Een gedetineerde heeft geen recht van keuze met betrekking tot de cel die hij toebedeeld krijgt. De plaatsing in de cel is wettig. De klachtencommissie ziet bovendien geen redenen waarom deze onredelijk of onbillijk zou zijn, gelet op de afwezigheid van een medisch attest voor een grotere cel. De klacht is niet gegrond.
Klager klaagt ten slotte nog over een tuchtbeslissing die tegen hem werd genomen. Wat betreft de ‘opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’, stelt klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dat hij dit inderdaad heeft gezegd, maar dat hij niet de intentie had om de PBA in kwestie te bedreigen. De directie ziet dit echter wel als een bedreiging en motiveert dit ook zo. De klachtencommissie acht de feiten bewezen. De beslissing werd voor de klachtencommissie afdoende gemotiveerd voor deze tuchtinbreuk. Wat betreft de tuchtinbreuk ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ stelt de klachtencommissie vast dat uit de tuchtbeslissing niet blijkt over welke bepaling van het huishoudelijk reglement het precies gaat. De klachtencommissie benadrukt het belang van de motivering van de beslissingen die genomen worden op basis van de Basiswet. Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft deze tuchtinbreuk. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 27 oktober 2023 voor wat betreft de tuchtinbreuk ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. De sanctie blijft behouden.
Klager klaagt ten eerste over het feit dat zijn medische douche werd ontnomen. De beslissing om al dan niet een medische douche toe te kennen, is echter een beslissing van de arts. De directie komt hier niet in tussen. Klager brengt de klacht voor het overige niet in verband met een beslissing van de directie. De klacht is niet-ontvankelijk.
Klager klaagt ten tweede over het feit dat zijn cel te klein is. De toewijzing van de verblijfsruimte van gedetineerden valt onder de discretionaire bevoegdheid van de directie. In de Basiswet worden geen specifieke voorwaarden of regels bepaald waaraan een beslissing tot plaatsing in een bepaalde cel door de directie moet voldoen. De directie is met andere woorden in principe vrij om te kiezen op welke cel en afdeling zij een bepaalde gedetineerde plaatst. Een gedetineerde heeft geen recht van keuze met betrekking tot de cel die hij toebedeeld krijgt. De plaatsing in de cel is wettig. De klachtencommissie ziet bovendien geen redenen waarom deze onredelijk of onbillijk zou zijn, gelet op de afwezigheid van een medisch attest voor een grotere cel. De klacht is niet gegrond.
Klager klaagt ten slotte nog over een tuchtbeslissing die tegen hem werd genomen. Wat betreft de ‘opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’, stelt klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting dat hij dit inderdaad heeft gezegd, maar dat hij niet de intentie had om de PBA in kwestie te bedreigen. De directie ziet dit echter wel als een bedreiging en motiveert dit ook zo. De klachtencommissie acht de feiten bewezen. De beslissing werd voor de klachtencommissie afdoende gemotiveerd voor deze tuchtinbreuk. Wat betreft de tuchtinbreuk ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’ stelt de klachtencommissie vast dat uit de tuchtbeslissing niet blijkt over welke bepaling van het huishoudelijk reglement het precies gaat. De klachtencommissie benadrukt het belang van de motivering van de beslissingen die genomen worden op basis van de Basiswet. Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. Klager kon onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing voor wat betreft deze tuchtinbreuk. Deze tuchtinbreuk kan dan ook niet worden weerhouden.
Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 27 oktober 2023 voor wat betreft de tuchtinbreuk ‘het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen’. De sanctie blijft behouden.