TUCHT - TABAK - HUISHOUDELIJK REGLEMENT - WANDELING
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie.
In het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft een beambte hoe klager hem vroeg om het hek open te doen omdat zijn tabak daar lag. Klager bleef vervolgens aandringen wanneer
de beambte weigerde en werd met moeite overtuigd om naar zijn cel te gaan. Na controle op de wandeling achter het hek werd een sok gevonden met daarin 5 gesloten pakjes tabak.
Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “het niet-naleven van de in het huishoudelijk reglement van de gevangenis voorgeschreven bepalingen met
betrekking tot de voorwerpen die in het bezit worden gesteld of gelaten van de gedetineerde” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf klager aan dat hij de tabak kreeg van zijn neef. Hij kon de naam van zijn neef echter niet noemen tijdens de zitting.
Ongeacht de herkomst van de tabak, is het verboden om in de gevangenis tabak door te geven tussen gedetineerden op welke manier dan ook. Klager geeft zelf toe dat dit gebeurd is. Voor het
overige is het RAD duidelijk. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de feiten bewezen zijn. De tuchtbeslissing werd afdoende gemotiveerd. Het betreft twee tuchtinbreuken van de tweede categorie die samen gesanctioneerd worden als één tuchtinbreuk van de tweede categorie. Klager heeft hiervoor een verbod op deelname aan culturele, sport- en ontspanningsactiviteiten (“cuspo”) gekregen voor 3 dagen. Een dergelijke bijzondere tuchtsanctie kan slechts opgelegd worden wanneer er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.
Aangezien de feiten plaatsvonden op de wandeling, is er een verband tussen de feiten en de sanctie.
Een tuchtinbreuk van de tweede categorie kan gesanctioneerd worden met maximaal 15 dagen verbod op “cuspo”. De sanctie van 3 dagen verbod op “cuspo” is wettig. De sanctie is ook niet
onredelijk of onbillijk.Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van de directie.
In het rapport aan de directeur (RAD) beschrijft een beambte hoe klager hem vroeg om het hek open te doen omdat zijn tabak daar lag. Klager bleef vervolgens aandringen wanneer
de beambte weigerde en werd met moeite overtuigd om naar zijn cel te gaan. Na controle op de wandeling achter het hek werd een sok gevonden met daarin 5 gesloten pakjes tabak.
Naar aanleiding van dit RAD werd de tuchtprocedure opgestart voor de tuchtinbreuken “het niet-naleven van de in het huishoudelijk reglement van de gevangenis voorgeschreven bepalingen met
betrekking tot de voorwerpen die in het bezit worden gesteld of gelaten van de gedetineerde” en “het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel”.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf klager aan dat hij de tabak kreeg van zijn neef. Hij kon de naam van zijn neef echter niet noemen tijdens de zitting.
Ongeacht de herkomst van de tabak, is het verboden om in de gevangenis tabak door te geven tussen gedetineerden op welke manier dan ook. Klager geeft zelf toe dat dit gebeurd is. Voor het
overige is het RAD duidelijk. De klachtencommissie is dan ook van oordeel dat de feiten bewezen zijn. De tuchtbeslissing werd afdoende gemotiveerd. Het betreft twee tuchtinbreuken van de tweede categorie die samen gesanctioneerd worden als één tuchtinbreuk van de tweede categorie. Klager heeft hiervoor een verbod op deelname aan culturele, sport- en ontspanningsactiviteiten (“cuspo”) gekregen voor 3 dagen. Een dergelijke bijzondere tuchtsanctie kan slechts opgelegd worden wanneer er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk.
Aangezien de feiten plaatsvonden op de wandeling, is er een verband tussen de feiten en de sanctie.
Een tuchtinbreuk van de tweede categorie kan gesanctioneerd worden met maximaal 15 dagen verbod op “cuspo”. De sanctie van 3 dagen verbod op “cuspo” is wettig. De sanctie is ook niet
onredelijk of onbillijk.Om deze redenen is de klacht niet gegrond.