Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0285

Gegrond Tegemoetkoming KC - Antwerpen Klachtencommissie Voorlopige maatregel Bijzondere veiligheidsmaatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL – BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - GEÏNTERNEERD – TEGEMOETKOMING

De klacht is gericht tegen beslissingen van de directie tot de plaatsing van klager in een beveiligde cel, eerst onder de vorm van een voorlopige maatregel (“VM”) en daarna onder de vorm van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”).

- m.b.t. de voorlopige maatregel:

De klachtencommissie stelt vast dat er twee verschillende beslissingen tot het opleggen van een voorlopige maatregel werden toegevoegd in het dossier, genomen met een tussenpauze van 13 minuten. Eén van de beslissingen werd niet ondertekend door een directeur. De andere werd wel met paraaf, zonder naam, ondertekend.

Uit het RAD blijkt echter dat de VM opgelegd werd na overleg met de dienstdoende PA. Uit het dossier blijkt voor de klachtencommissie onvoldoende dat er vooraf aan de plaatsing van klager in een beveiligde cel, overlegd werd met de directie. De directeur die aanwezig was ter zitting kon enkel bevestigen dat de directie de maatregel daags nadien bekrachtigd had. Om deze redenen is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.

- m.b.t. de bijzondere veiligheidsmaatregel

Naar aanleiding van het RAD werd een tuchtprocedure ten aanzien van klager opgestart, hetgeen blijkt uit het gegeven dat er een voorlopige maatregel (hetgeen kadert in de tuchtprocedure) werd opgelegd.

Om een voor de klachtencommissie (en blijkbaar ook voor klager) onbekende reden, werd klager naar aanleiding van dit RAD niet gehoord tijdens een tuchtrechtelijke hoorzitting, maar werd hij gehoord over het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel.

Noch uit het verslag van het horen van de gedetineerde, noch uit een ander document, blijkt dat klager ervan op de hoogte werd gebracht dat de tuchtprocedure plots omgezet werd in een procedure tot het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit het feit dat klager klacht indient over een “tucht” en in de veronderstelling verkeert dat hij tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd, blijkt eerder dat dit niet het geval was.

De directie heeft de voorgeschreven procedure zoals uiteengezet in de Basiswet niet gevolgd. De wet schrijft zeer duidelijk voor dat de tuchtprocedure en de procedure tot het opleggen van een BVM niet door elkaar kunnen lopen. De noodzaak tot het opleggen van een BVM kan pas beoordeeld worden na het volledig doorlopen van de tuchtprocedure en na uitvoering van de naar aanleiding van deze procedure opgelegde tuchtsanctie.

De directie heeft de tuchtprocedure in voorliggend dossier gaandeweg omgezet naar een BVM-procedure, zonder zich verder uit te spreken over het vervolg van de aangevatte tuchtprocedure. De Nederlandstalige beroepscommissie oordeelde reeds dat dit niet strookt met het rechtzekerheidsbeginsel en dat de directie niet zomaar stilzwijgend kan besluiten om geen tuchtsanctie op te leggen. Indien de directie beslist dat de gedetineerde, op grond van al het bewijsmateriaal dat beschikbaar is, de feiten niet bewezen acht of de gedetineerde niet schuldig acht, dan moet de directeur deze beslissing nemen binnen de 24 uren nadat de gedetineerde werd gehoord.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de beslissing waarbij aan klager een bijzondere veiligheidsmaatregel werd opgelegd.

Klager wenst als tegemoetkoming een pak Sprite van 6 flessen. De directeur gaf aan dat deze producten uiteraard door iemand betaald moeten worden, dus dat het ergens wel een financiële tegemoetkoming is. Het enige dat door de Basiswet wordt uitgesloten is een pure financiële compensatie, i.e. een geldsom die de gedetineerde vrij zou kunnen besteden. De klachtencommissie kan wel degelijk een in geld waardeerbare zaak (“de nature financière “= iets dat in geld omgezet kan worden) toekennen, zolang het geen loutere financiële compensatie is. De klachtencommissie kent aan klager dan ook de door hem gevraagde tegemoetkoming toe: 6 grote flessen Sprite uit het in de gevangenis beschikbare kantine-aanbod.