TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 19 november 2024 van de directie van de gevangenis van Antwerpen.
Het rapport aan de directeur (RAD) van beschrijft hoe beambten bij het betreden van de cel van klager een grote blok bruine substantie opmerkten op de tafel. Het RAD stelt dat klager op het moment van de ontdekking aan de tafel zat. Er werd overgegaan tot een celcontrole. Daarbij werd ook nog een doorgeeflint aangetroffen bovenop de kast in een doos ontbijtgranen. Naar aanleiding van dit RAD werd klager gesanctioneerd voor de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat de drugs van hem zijn. Hij stelt dat zowel de tafel als de ontbijtgranen gemeenschappelijk zijn en dat dit even goed van zijn celgenoten kan zijn. In de motivering van de tuchtbeslissing zet de directie naar het oordeel van de klachtencommissie duidelijk uiteen waarom zij meent dat de gevonden drugs aan klager toebehoren. Zij verwijst naar de vindplaats op tafel en het feit dat klager op dat moment ook aan tafel zat en naar het tuchtverleden
van klager met vergelijkbare voorgaanden. De klachtencommissie meent dan ook dat deze tuchtinbreuk voldoende bewezen en gemotiveerd werd door de directie.
Het betreft een tuchtinbreuk van de eerste categorie die gesanctioneerd kan worden met maximaal 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV). De sanctie van 15 dagen ATV is wettig. De sanctie is ook niet onredelijk of onbillijk, gelet op de feiten en het tuchtverleden van klager.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.
De klacht betreft de tuchtbeslissing van 19 november 2024 van de directie van de gevangenis van Antwerpen.
Het rapport aan de directeur (RAD) van beschrijft hoe beambten bij het betreden van de cel van klager een grote blok bruine substantie opmerkten op de tafel. Het RAD stelt dat klager op het moment van de ontdekking aan de tafel zat. Er werd overgegaan tot een celcontrole. Daarbij werd ook nog een doorgeeflint aangetroffen bovenop de kast in een doos ontbijtgranen. Naar aanleiding van dit RAD werd klager gesanctioneerd voor de tuchtinbreuk “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”.
Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkent klager dat de drugs van hem zijn. Hij stelt dat zowel de tafel als de ontbijtgranen gemeenschappelijk zijn en dat dit even goed van zijn celgenoten kan zijn. In de motivering van de tuchtbeslissing zet de directie naar het oordeel van de klachtencommissie duidelijk uiteen waarom zij meent dat de gevonden drugs aan klager toebehoren. Zij verwijst naar de vindplaats op tafel en het feit dat klager op dat moment ook aan tafel zat en naar het tuchtverleden
van klager met vergelijkbare voorgaanden. De klachtencommissie meent dan ook dat deze tuchtinbreuk voldoende bewezen en gemotiveerd werd door de directie.
Het betreft een tuchtinbreuk van de eerste categorie die gesanctioneerd kan worden met maximaal 30 dagen afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (ATV). De sanctie van 15 dagen ATV is wettig. De sanctie is ook niet onredelijk of onbillijk, gelet op de feiten en het tuchtverleden van klager.
Om deze redenen is de klacht niet gegrond.