Ga verder naar de inhoud

KC02/24-0313

Ongegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Voorlopige maatregel Ordemaatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN VOORWERPEN - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERMOEDEN VAN ONSCHULD

De klacht betreft
− een voorlopige maatregel
− een ordemaatregel afzetting van werk.

De klacht m.b.t. de voorlopige maatregel:
Klager kreeg een voorlopige maatregel opgelegd voor “de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid”. Klager moest hierdoor verplicht verblijven in de toegewezen verblijfsruimte. De klachtencommissie meent dat uit de motivering van de voorlopige maatregel, en meer bepaald het deel “om te voorkomen dat hij nog bepaalde verboden voorwerpen […] zou kunnen doen verdwijnen”, een voldoende aantasting van de interne veiligheid blijkt, meer bepaald een risico tot ontvreemding van bepaalde roerende goederen. De klachtencommissie meent dat de directie een voorlopige maatregel kon opleggen aan klager. De klacht is dan ook ongegrond.
De bestreden maatregel blijft bestaan.

De klacht m.b.t. de klacht over de ordemaatregel tot afzetting van werk:
Klager werd afgezet van zijn werk bij ordemaatregel van 14/12/2024. De klachtencommissie merkt op dat de motivering van de ordemaatregel volledig gestoeld is op de tuchtrechtelijke feiten waarvoor klager werd vrijgesproken. Dit staat haaks op het vermoeden van onschuld. De klachtencommissie meent dat de directie klager niet enerzijds kan vrijspreken voor de tuchtrechtelijke feiten, om ze vervolgens aan hem toe te rekenen in de vorm van een ordemaatregel. Op die manier krijgt de ordemaatregel de aard van een verdoken tuchtsanctie. Om deze reden is de klacht dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden ordemaatregel.