Ga verder naar de inhoud

KC02/25-0047

Gegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Andere beslissing directeur
CEL - OVERBEVOLKING

Het sterk vermoeden kan volgens het EHRM weerlegd worden indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
1. De inperkingen van de vereiste minimale persoonlijke ruimte van 3 m² zijn kort, incidenteel en gering;
2. De inperkingen gaan gepaard met voldoende bewegingsvrijheid en activiteiten buiten de cel;
3. De gedetineerde is opgesloten in een in het algemeen geschikt bevonden detentie-inrichting en er zijn geen andere verzwarende omstandigheden aan zijn of haar detentie.

In het geval van klager wordt de eerste voorwaarde niet vervuld. Klager verbleef reeds sinds maart 2025 met drie op een te kleine cel Zonder zicht te hebben op de duur van deze plaatsing.

Met betrekking tot de tweede voorwaarde stelt de klachtencommissie vast dat de mogelijkheden in de overbevolkte gevangenis van Antwerpen om aan voldoende activiteiten buiten de cel deel te nemen beperkt zijn en dat er dikwijls wachtlijsten zijn. De directie stelde in haar schriftelijke informatie dat klager kon deelnemen aan de gemeenschappelijke wandeling voor zo ver hij geen tuchtsanctie had. Klager had echter geen werk tijdens deze periode.

Ook aan de derde voorwaarde kan niet worden voldaan. Het overbevolkingsprobleem in de gevangenis van Antwerpen is immers een gekend probleem. De klachtencommissie heeft begrip voor de specifieke situatie voor het arresthuis van Antwerpen en het feit dat de directie nagenoeg geen invloed heeft op de instroom of uitstroom van gedetineerden.

Uit bovenstaande blijkt echter ontegensprekelijk dat het vermoeden van strijdigheid met het verbod op een onmenselijke behandeling in dit geval niet kan worden weerlegd. De situatie waarin klager verbleef was in strijd met artikel 3 van het EVRM.

De klacht is gegrond.