Ga verder naar de inhoud

KC02/25-0161

Gegrond KC - Antwerpen Klachtencommissie Tucht
TUCHT - SANCTIE

De directie sanctioneert klaagster met het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve en ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (“geen cuspo”) gedurende vijf dagen omwille van de volgende inbreuken:
- de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (een tuchtinbreuk van de eerste categorie);
- de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (een tuchtinbreuk van de eerste categorie);
- het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden (een tuchtinbreuk van de tweede categorie).

De aanleiding voor deze sanctie is een RAD, waarin een personeelslid beschrijft hoe klaagster, na een conflict met een medegedetineerde, uitsprak dat ze in de gevangenis zit voor een moordpoging.

De klachtencommissie meent dat klaagster geen overtuigende argumenten opwerpt die doen twijfelen aan de inhoud van het RAD, dat duidelijk werd opgesteld en werd ondertekend door drie getuigen. Ze ontkent bovendien niet dat er een verbale discussie heeft plaatsgevonden en dat ze heeft gezegd dat ze in de context van de discussie heeft geuit dat ze in de gevangenis verblijft voor een moordpoging. De klachtencommissie meent dat de directie de uitspraak “Ik zit hier voor poging moord” bewezen kon verklaren en aan klaagster kon toerekenen. Ze kon deze feiten terecht kwalificeren als “de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee” en “de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee”. De directie verwijst in haar tuchtbeslissing naar de bedreiging vanuit klaagster, die expliciet in het RAD werd opgenomen, en motiveert haar tuchtbeslissing hiermee voldoende.

Wat betreft de tuchtinbreuk van de tweede categorie, nl. “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden”, stelt de klachtencommissie vast dat het uit het dossier onduidelijk is naar wie klaagster beledigingen zou hebben geuit en waaruit deze bestonden. Er wordt in het RAD enkel vermeld dat er heen en weer werd geroepen tussen de gedetineerden, en dat er sprake was van een verhitte verbale discussie. Het is volgens de klachtencommissie aldus niet aangetoond dat klaagster beledigingen heeft geuit naar personen die zich in de gevangenis bevinden, waardoor de directie deze inbreuk niet kon weerhouden. De directie motiveert dit ook niet verder in haar tuchtbeslissing.

De klachtencommissie stelt vast dat klaagster werd gesanctioneerd met het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve en ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (“cuspo”) gedurende vijf dagen. Een dergelijke bijzondere tuchtsanctie kan slechts worden opgelegd wanneer er een verband is met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk. Het incident vond plaats terwijl klaagster aan het werk was als sportfatiek, en niet tijdens een culturele, sportieve of ontspanningsactiviteit. De klachtencommissie is van oordeel dat het verband dat vereist is om de bijzondere tuchtsanctie op te leggen, niet aanwezig is en dat de directie de uitsluiting van deze activiteiten niet kon opleggen.

De klachtencommissie wenst bovendien op te merken dat de Nederlandstalige beroepscommissie recent besliste dat de directie niet noodzakelijk een uitsluiting van alle activiteiten moet opleggen wanneer zij deze bijzondere tuchtsanctie uit artikel 133, 5° van de Basiswet wenst op te leggen. Zij kán dit doen, maar dan moet uit de tuchtbeslissing wel blijken waarom de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk dit vereisen.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden tuchtbeslissing en draagt de directie op om deze volledig uit het tuchtregister van klaagster te wissen. Aangezien klaagster geen bijkomende tegemoetkoming vraagt, kent de klachtencommissie deze niet toe.