KC02/26-0056
Ongegrond
Gegrond
KC - Antwerpen
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Bijzondere veiligheidsmaatregel
VOORLOPIGE MAATREGEL - BEVEILIGDE CEL - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
1. De voorlopige maatregel
Klaagster werd ondergebracht in een beveiligde cel, wegens agressief gedrag en het verstoren van de nachtrust. Uit het RAD en de motivering van de voorlopige maatregel blijkt duidelijk dat klaagster zich dreigend opstelde ten aanzien van de beambte en haar kast en winketraam kapotsloeg met de aftrekker. De voorlopige maatregel werd dus weldegelijk genomen met het oog op het vrijwaren van de fysieke integriteit van personen in de gevangenis én het beschermen van goederen tegen wederrechtelijke beschadiging en vernieling.
De klachtencommissie wijst er op dat de voorlopige maatregel enkel genomen kan worden in het kader van een eventuele tuchtprocedure. Uit het dossier blijkt voor de klachtencommissie niet dat de directie de intentie heeft gehad om een tuchtprocedure tegen klaagster op te starten.
De beslissing tot plaatsing is onwettig en de klacht is bijgevolg ontvankelijk en gegrond.
2. De BVM
Klaagster werd voor de duur van zeven dagen ondergebracht in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn. De directie kon op basis van de feiten oordelen dat er ernstige aanwijzingen bestonden van een gevaar voor de orde of de veiligheid, wat de BVM verantwoordde. De klachtencommissie stelt vast dat de procedure tot het opleggen van een BVM correct is gevolgd. Deze klacht is ontvankelijk, maar ongegrond.
3. De verlenging van de BVM
Vervolgens verwijst de directie in de verlenging van de BVM naar de incidenten van twee nachten, waarbij klaagster telkens de nachtrust verstoorde en personeelsleden uitschold. Ditmaal wordt klaagster uitgesloten van deelname aan de gemeenschappelijke activiteiten van het reguliere aanbod en wordt ze (opnieuw) ondergebracht in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn.
De klachtencommissie acht het opleggen van een BVM terecht. De procedure werd correct gevolgd. Deze klacht is ongegrond.
1. De voorlopige maatregel
Klaagster werd ondergebracht in een beveiligde cel, wegens agressief gedrag en het verstoren van de nachtrust. Uit het RAD en de motivering van de voorlopige maatregel blijkt duidelijk dat klaagster zich dreigend opstelde ten aanzien van de beambte en haar kast en winketraam kapotsloeg met de aftrekker. De voorlopige maatregel werd dus weldegelijk genomen met het oog op het vrijwaren van de fysieke integriteit van personen in de gevangenis én het beschermen van goederen tegen wederrechtelijke beschadiging en vernieling.
De klachtencommissie wijst er op dat de voorlopige maatregel enkel genomen kan worden in het kader van een eventuele tuchtprocedure. Uit het dossier blijkt voor de klachtencommissie niet dat de directie de intentie heeft gehad om een tuchtprocedure tegen klaagster op te starten.
De beslissing tot plaatsing is onwettig en de klacht is bijgevolg ontvankelijk en gegrond.
2. De BVM
Klaagster werd voor de duur van zeven dagen ondergebracht in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn. De directie kon op basis van de feiten oordelen dat er ernstige aanwijzingen bestonden van een gevaar voor de orde of de veiligheid, wat de BVM verantwoordde. De klachtencommissie stelt vast dat de procedure tot het opleggen van een BVM correct is gevolgd. Deze klacht is ontvankelijk, maar ongegrond.
3. De verlenging van de BVM
Vervolgens verwijst de directie in de verlenging van de BVM naar de incidenten van twee nachten, waarbij klaagster telkens de nachtrust verstoorde en personeelsleden uitschold. Ditmaal wordt klaagster uitgesloten van deelname aan de gemeenschappelijke activiteiten van het reguliere aanbod en wordt ze (opnieuw) ondergebracht in een beveiligde cel, zonder voorwerpen waarvan het gebruik gevaarlijk kan zijn.
De klachtencommissie acht het opleggen van een BVM terecht. De procedure werd correct gevolgd. Deze klacht is ongegrond.