KC04/21-0126
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
Ordemaatregel
TUCHT - ORDEMAATREGEL - VERMOEDEN VAN ONSCHULD - TOEREKENBAARHEID
In principe kan uitsluitend de directeur een voorlopige maatregel nemen. Er is geen naam van een directeur vermeld op de VM. Gelet op het rapport kon de directie volgens de Klachtencommissie een voorlopige maatregel opleggen. De klacht tegen de VM is ongegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 18 november 2021 van 7 dagen ATV omwille van het bezit van of de handel in verboden substanties. De directie kan niet aan klager verwijten dat klager niet duidelijk uitlegt waar tabak en eventuele verboden substanties vandaan zouden kunnen komen wanneer de directie zelf onduidelijk is over de substanties die zijn aangetroffen en vooral over de vindplaats ervan, des te meer omdat klager op een duocel zit.
De celgenoot van klager bekent het bezit. De celgenoot van klager wordt ook gestraft voor het bezit van verboden substanties, waaruit blijkt dat de directie de bekentenis van de celgenoot wel gelooft. Uit het dossier blijkt dat klager niet geconfronteerd is geweest tijdens de hoorzitting met hetgeen zijn celgenoot heeft verklaard bij de directeur. Het was het recht van verdediging ten goede gekomen indien klager tegenspraak had kunnen voeren op de verklaring van de celgenoot. Zowel klager als zijn celgenoot zijn gesanctioneerd voor het bezit van dezelfde verboden substanties en dit met eenzelfde sanctie van 7 dagen ATV. In een duo- of meerpersoonscel kan een gedetineerde niet zonder meer verantwoordelijk worden gehouden voor hetgeen op zijn cel wordt aangetroffen. In dit geval stelt klager bovendien dat hij op de wachtlijst staat voor een monocel. De directie kon de tuchtinbreuk aan klager niet toerekenen. De klacht tegen de tuchtbeslissing is gegrond.
De ordemaatregel om klager naar een gesloten regime te muteren is ook onwettig, onredelijk en onbillijk, gezien het zogenaamd bezit van verboden substanties de enige reden is waarom klager zou moeten muteren. De klacht tegen de ordemaatregel is gegrond.
In principe kan uitsluitend de directeur een voorlopige maatregel nemen. Er is geen naam van een directeur vermeld op de VM. Gelet op het rapport kon de directie volgens de Klachtencommissie een voorlopige maatregel opleggen. De klacht tegen de VM is ongegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van 18 november 2021 van 7 dagen ATV omwille van het bezit van of de handel in verboden substanties. De directie kan niet aan klager verwijten dat klager niet duidelijk uitlegt waar tabak en eventuele verboden substanties vandaan zouden kunnen komen wanneer de directie zelf onduidelijk is over de substanties die zijn aangetroffen en vooral over de vindplaats ervan, des te meer omdat klager op een duocel zit.
De celgenoot van klager bekent het bezit. De celgenoot van klager wordt ook gestraft voor het bezit van verboden substanties, waaruit blijkt dat de directie de bekentenis van de celgenoot wel gelooft. Uit het dossier blijkt dat klager niet geconfronteerd is geweest tijdens de hoorzitting met hetgeen zijn celgenoot heeft verklaard bij de directeur. Het was het recht van verdediging ten goede gekomen indien klager tegenspraak had kunnen voeren op de verklaring van de celgenoot. Zowel klager als zijn celgenoot zijn gesanctioneerd voor het bezit van dezelfde verboden substanties en dit met eenzelfde sanctie van 7 dagen ATV. In een duo- of meerpersoonscel kan een gedetineerde niet zonder meer verantwoordelijk worden gehouden voor hetgeen op zijn cel wordt aangetroffen. In dit geval stelt klager bovendien dat hij op de wachtlijst staat voor een monocel. De directie kon de tuchtinbreuk aan klager niet toerekenen. De klacht tegen de tuchtbeslissing is gegrond.
De ordemaatregel om klager naar een gesloten regime te muteren is ook onwettig, onredelijk en onbillijk, gezien het zogenaamd bezit van verboden substanties de enige reden is waarom klager zou moeten muteren. De klacht tegen de ordemaatregel is gegrond.