VOORLOPIGE MAATREGEL - TERMIJN - BESLISSING DIRECTEUR - ZORGPLICHT
De Basiswet bepaalt niet dat de klacht moet worden ingediend uiterlijk de zevende dag na het nemen van de beslissing, maar uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Het is niet duidelijk wanneer en of de volledige inhoud van de VM aan klager ter kennis werd gebracht. Zo werd op de beslissing aangeduid dat klager tekent, evenwel ontbreekt de handtekening van klager. De klachtencommissie kan dan ook niet nagaan of en wanneer de termijn van zeven dagen is beginnen te lopen. Deze onduidelijkheid moet in het voordeel van klager worden uitgelegd.
Bovendien stelt klager ter zitting dat hij zijn klacht niet kon indienen omdat hij geen stylo op cel mocht. De klachtencommissie meent dat dit aannemelijk is, gelet op zijn verblijf in de beveiligde cel. Klager haalt hiermee een omstandigheid aan waaruit blijkt dat hij de klacht, hoewel buiten termijn, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
Artikel 113, §2 van de Basiswet legt aan de gevangenisdirecteur specifiek een zorgplicht ten aanzien van de gedetineerde op wanneer deze bij wijze van voorlopige maatregel in een beveiligde cel werd ondergebracht. De verantwoordelijkheid van de directeur verbonden aan een plaatsing van een gedetineerde in een beveiligde cel in het kader van een VM, stopt met andere woorden niet bij de beslissing tot plaatsing op zich maar strekt zich met betrekking tot bovenstaande aspecten uit tot het volledige verblijf in de beveiligde cel.
De klacht is ontvankelijk.
De klacht is gericht tegen de omstandigheden tijdens een voorlopige maatregel. Klager stelt dat hij naakt, geboeid en zonder deken bij nacht naast een open raam gelegd is terwijl de buitentemperatuur maar 8° C was. Naar het oordeel van de klachtencommissie is de directeur onder de gegeven omstandigheden in de zorgplicht jegens klager tekort geschoten.
De klacht is gegrond.
De Basiswet bepaalt niet dat de klacht moet worden ingediend uiterlijk de zevende dag na het nemen van de beslissing, maar uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Het is niet duidelijk wanneer en of de volledige inhoud van de VM aan klager ter kennis werd gebracht. Zo werd op de beslissing aangeduid dat klager tekent, evenwel ontbreekt de handtekening van klager. De klachtencommissie kan dan ook niet nagaan of en wanneer de termijn van zeven dagen is beginnen te lopen. Deze onduidelijkheid moet in het voordeel van klager worden uitgelegd.
Bovendien stelt klager ter zitting dat hij zijn klacht niet kon indienen omdat hij geen stylo op cel mocht. De klachtencommissie meent dat dit aannemelijk is, gelet op zijn verblijf in de beveiligde cel. Klager haalt hiermee een omstandigheid aan waaruit blijkt dat hij de klacht, hoewel buiten termijn, zo spoedig mogelijk heeft ingediend als redelijkerwijs van hem verlangd kon worden.
Artikel 113, §2 van de Basiswet legt aan de gevangenisdirecteur specifiek een zorgplicht ten aanzien van de gedetineerde op wanneer deze bij wijze van voorlopige maatregel in een beveiligde cel werd ondergebracht. De verantwoordelijkheid van de directeur verbonden aan een plaatsing van een gedetineerde in een beveiligde cel in het kader van een VM, stopt met andere woorden niet bij de beslissing tot plaatsing op zich maar strekt zich met betrekking tot bovenstaande aspecten uit tot het volledige verblijf in de beveiligde cel.
De klacht is ontvankelijk.
De klacht is gericht tegen de omstandigheden tijdens een voorlopige maatregel. Klager stelt dat hij naakt, geboeid en zonder deken bij nacht naast een open raam gelegd is terwijl de buitentemperatuur maar 8° C was. Naar het oordeel van de klachtencommissie is de directeur onder de gegeven omstandigheden in de zorgplicht jegens klager tekort geschoten.
De klacht is gegrond.