KC04/22-0110
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - TUCHT
De directeur kan een VM nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Hij beperkt zich er evenwel toe om in de motivering integraal de inhoud van het RAD te hernemen en zegt daarbij niet waarom én hoe het ontvreemden van een aantal theezakjes een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid van de inrichting zou uitmaken. De beslissing voldoet daardoor niet aan de vereisten van artikel 145 juncto artikel 8 van de Basiswet. De voorlopige maatregel is niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in het RAD ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een ander personeelslid wordt vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Het bezit van de theezakjes wordt niet betwist door klager. Klager stelt dat hij, wanneer hij theezakjes wil meenemen, dit niet meer moet vragen maar enkel vooraf moet melden aan zijn begeleider(s). Zelfs al zou de klachtencommissie aannemen dat klager van zijn begeleidster inderdaad de toestemming had om theezakjes mee te nemen, dan nog – en dit zegt hij zelf ook – moet hij dit sowieso voorafgaand melden, hetgeen niet gebeurd was. In ieder geval stelde klager een handeling die niet toegelaten was.
De directeur kan een VM nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Hij beperkt zich er evenwel toe om in de motivering integraal de inhoud van het RAD te hernemen en zegt daarbij niet waarom én hoe het ontvreemden van een aantal theezakjes een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid van de inrichting zou uitmaken. De beslissing voldoet daardoor niet aan de vereisten van artikel 145 juncto artikel 8 van de Basiswet. De voorlopige maatregel is niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht tegen de voorlopige maatregel is gegrond
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in het RAD ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Een ander personeelslid wordt vermeld als getuige van de feiten. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Het bezit van de theezakjes wordt niet betwist door klager. Klager stelt dat hij, wanneer hij theezakjes wil meenemen, dit niet meer moet vragen maar enkel vooraf moet melden aan zijn begeleider(s). Zelfs al zou de klachtencommissie aannemen dat klager van zijn begeleidster inderdaad de toestemming had om theezakjes mee te nemen, dan nog – en dit zegt hij zelf ook – moet hij dit sowieso voorafgaand melden, hetgeen niet gebeurd was. In ieder geval stelde klager een handeling die niet toegelaten was.