KC04/22-0120
Ongegrond
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Voorlopige maatregel
Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - MOTIVERING - BVM - TUCHT - CAMERABEELDEN
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Een voorlopige maatregel mag niet worden genomen met de bedoeling om onmiddellijk te straffen. De voorlopige maatregel heeft slechts een aanvang genomen 24 u na de feiten. Door louter te verwijzen naar het RAD als motivering van de voorlopige maatregel, blijkt bovendien niet waarom er sprake zou zijn van een geval van gevaar voor de orde en de veiligheid. De beslissing voldoet daardoor niet aan de wettelijke vereisten. De voorlopige maatregel moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Een voorlopige maatregel mag niet worden genomen met de bedoeling om onmiddellijk te straffen. De directeur duidt aan dat er sprake is van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid omwille van het feit dat klager een verwarde indruk gaf, wat later op de grond lag in zijn cel en geen reactie meer gaf: “voor zijn eigen veiligheid beslist de PA om hem in de veiligheidscel te plaatsen.”
De klachtencommissie leest in de motivering van de voorlopige maatregel geen mogelijke tuchtinbreuken of feiten die een sanctionerend (en dus tuchtrechtelijk) gevolg vereisen. Er werd hier door de directie ook geen tuchtrechtelijk gevolg aan gegeven. Dit heeft tot gevolg dat er in casu geen voorlopige maatregel (in het kader van een tuchtprocedure) opgelegd kon worden. Gelet op de afwezigheid van een tuchtinbreuk op dat moment meent de klachtencommissie dat de directie een BVM had moeten opleggen in plaats van een voorlopige maatregel. De voorlopige maatregel is niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.
Het RAD is gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Aangezien klager betwistte dat er sprake was van agressie , is de directie op de tuchtrechtelijke hoorzitting overgegaan tot het bekijken van de camerabeelden van de wandeling. Deze brachten evenwel niet de verhoopte duidelijkheid. Er blijft nog steeds een discussie omtrent de intentie van klager en de plaats waar hij de medegedetineerde geraakt heeft. De klachtencommissie kan klager volgen waar hij stelt dat het om een misplaatste grap ging, maar is stellig dat klager dit alsnog niet had moeten doen. De klachtencommissie is van oordeel dat ze op basis van alle voorhanden elementen kon komen tot de bewezenverklaring van de feiten. De directie heeft haar onderzoek op een zorgvuldige wijze gevoerd, te meer daar op de tuchtrechtelijke zitting de camerabeelden bekeken werden. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuk bewezen is en de tuchtstraf wettelijk, redelijk en billijk is. De klacht is ongegrond.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Een voorlopige maatregel mag niet worden genomen met de bedoeling om onmiddellijk te straffen. De voorlopige maatregel heeft slechts een aanvang genomen 24 u na de feiten. Door louter te verwijzen naar het RAD als motivering van de voorlopige maatregel, blijkt bovendien niet waarom er sprake zou zijn van een geval van gevaar voor de orde en de veiligheid. De beslissing voldoet daardoor niet aan de wettelijke vereisten. De voorlopige maatregel moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Een voorlopige maatregel mag niet worden genomen met de bedoeling om onmiddellijk te straffen. De directeur duidt aan dat er sprake is van ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid omwille van het feit dat klager een verwarde indruk gaf, wat later op de grond lag in zijn cel en geen reactie meer gaf: “voor zijn eigen veiligheid beslist de PA om hem in de veiligheidscel te plaatsen.”
De klachtencommissie leest in de motivering van de voorlopige maatregel geen mogelijke tuchtinbreuken of feiten die een sanctionerend (en dus tuchtrechtelijk) gevolg vereisen. Er werd hier door de directie ook geen tuchtrechtelijk gevolg aan gegeven. Dit heeft tot gevolg dat er in casu geen voorlopige maatregel (in het kader van een tuchtprocedure) opgelegd kon worden. Gelet op de afwezigheid van een tuchtinbreuk op dat moment meent de klachtencommissie dat de directie een BVM had moeten opleggen in plaats van een voorlopige maatregel. De voorlopige maatregel is niet wettelijk genomen en moet vernietigd worden. De klacht is gegrond.
Het RAD is gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA. Het rapport is duidelijk. Het personeelslid dat het rapport heeft opgesteld, vermeldt geen twijfel in het rapport. Aangezien klager betwistte dat er sprake was van agressie , is de directie op de tuchtrechtelijke hoorzitting overgegaan tot het bekijken van de camerabeelden van de wandeling. Deze brachten evenwel niet de verhoopte duidelijkheid. Er blijft nog steeds een discussie omtrent de intentie van klager en de plaats waar hij de medegedetineerde geraakt heeft. De klachtencommissie kan klager volgen waar hij stelt dat het om een misplaatste grap ging, maar is stellig dat klager dit alsnog niet had moeten doen. De klachtencommissie is van oordeel dat ze op basis van alle voorhanden elementen kon komen tot de bewezenverklaring van de feiten. De directie heeft haar onderzoek op een zorgvuldige wijze gevoerd, te meer daar op de tuchtrechtelijke zitting de camerabeelden bekeken werden. De klachtencommissie besluit dan ook dat de tuchtinbreuk bewezen is en de tuchtstraf wettelijk, redelijk en billijk is. De klacht is ongegrond.