FOUILLE
De directie nam de beslissing tot fouille nadat klager getransfereerd was en bij binnenkomst een duidelijke geur van verboden substanties werd opgemerkt. De klachtencommissie is van oordeel dat een individuele aanwijzing bestond die de fouillering op het lichaam rechtvaardigde. De beslissing tot het bevelen van een fouille op het lichaam was naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook verantwoord en niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De klacht tegen de beslissing tot fouille is niet gegrond.
Klager beklaagt zich ook over de manier waarop de fouille werd uitgevoerd. De klachtencommissie stelt vast dat het in artikel 148 Basiswet omschreven toepassingsgebied van het formele beklagrecht extensief en niet beperkend geïnterpreteerd moet worden. De klachtencommissie is bevoegd voor feitelijk handelen dat in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur, maar niet bevoegd voor incidenten of feitelijk handelen dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van een directeur. Toegepast op de fouillering komt dit erop neer dat de klachtencommissie wel degelijk bevoegd is om te oordelen over de wijze van uitvoeren van een fouillering op het lichaam die tot stand kwam via een beslissing van de directeur (feitelijk handelen dat in verbinding staat met een beslissing van de directeur). De klacht over de uitvoering van de fouille in casu is dan ook ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen. De klachtencommissie verwijst voor de wijze van de fouille naar artikel 108 van de Basiswet en bijlage 3 van de Collectieve Brief nr. 141 van 10 september 2018. In de specifieke zaak van klager oordeelt de klachtencommissie dat uit de elementen van het dossier niet kan worden afgeleid dat de fouille is gebeurd met de miskenning van de voorgeschreven voorwaarden. De klacht tegen de uitvoering van de fouille is niet gegrond.
De directie nam de beslissing tot fouille nadat klager getransfereerd was en bij binnenkomst een duidelijke geur van verboden substanties werd opgemerkt. De klachtencommissie is van oordeel dat een individuele aanwijzing bestond die de fouillering op het lichaam rechtvaardigde. De beslissing tot het bevelen van een fouille op het lichaam was naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook verantwoord en niet onwettig, onredelijk of onbillijk. De klacht tegen de beslissing tot fouille is niet gegrond.
Klager beklaagt zich ook over de manier waarop de fouille werd uitgevoerd. De klachtencommissie stelt vast dat het in artikel 148 Basiswet omschreven toepassingsgebied van het formele beklagrecht extensief en niet beperkend geïnterpreteerd moet worden. De klachtencommissie is bevoegd voor feitelijk handelen dat in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van de directeur, maar niet bevoegd voor incidenten of feitelijk handelen dat niet in verbinding kan worden gebracht met een beslissing van een directeur. Toegepast op de fouillering komt dit erop neer dat de klachtencommissie wel degelijk bevoegd is om te oordelen over de wijze van uitvoeren van een fouillering op het lichaam die tot stand kwam via een beslissing van de directeur (feitelijk handelen dat in verbinding staat met een beslissing van de directeur). De klacht over de uitvoering van de fouille in casu is dan ook ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen. De klachtencommissie verwijst voor de wijze van de fouille naar artikel 108 van de Basiswet en bijlage 3 van de Collectieve Brief nr. 141 van 10 september 2018. In de specifieke zaak van klager oordeelt de klachtencommissie dat uit de elementen van het dossier niet kan worden afgeleid dat de fouille is gebeurd met de miskenning van de voorgeschreven voorwaarden. De klacht tegen de uitvoering van de fouille is niet gegrond.