Ga verder naar de inhoud

KC04/22-0152

Ongegrond KC - Beveren Klachtencommissie Voorlopige maatregel Tucht
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES

De directie meent dat de klacht tegen de voorlopige maatregel te laat is ingediend. Uit het administratief dossier blijkt niet wanneer de voorlopige maatregel ter kennis gegeven is aan klager. In ieder geval kon de termijn van zeven dagen geenszins overschreden zijn. De klacht tegen de voorlopige maatregel is tijdig ingediend. Gelet op de vaststellingen van de PBA, kon de directie beslissen dat er sprake was van een ernstige aantasting van de interne veiligheid. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord en heeft deze geen bestraffend karakter. De klacht tegen de voorlopige maatregel is ongegrond.

De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de in de RAD’s ten laste gelegde feiten, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA’s. Andere personeelsleden worden vermeld als getuige. De rapporten zijn duidelijk. De referentietesten van de politie reageerden positief op ketamine/barbituraten. Klager voert op zich geen verweer tegen de vastgestelde tuchtinbreuk, maar stelt dat hij deze bewaarde voor een andere gedetineerde. Zelfs al zou dit zo zijn, ontslaat het klager niet van zijn tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid. De klachtencommissie kan zich niet buigen over de fouille en ziet niet wat de camerabeelden hadden kunnen bijbrengen. De tuchtinbreuk is bewezen. De beslissing om de maximumstraf op te leggen is wettig, redelijk en billijk. De klacht is ongegrond.