KC04/23-0060
Gegrond
KC - Beveren
Klachtencommissie
Andere beslissing directeur
ZORGVULDIGHEIDSPLICHT
De klacht gaat over de beslissing van de directie tot het opheffen van een eerdere beslissing tot het gescheiden houden van klager en een medegedetineerde. De klachtencommissie stelt dat een gevangenisdirecteur in principe vrij is om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) hij een gedetineerde plaatst. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is een discretionaire bevoegdheid van de directeur. Dat de directie in dit dossier op een gegeven moment, na enkele maanden en een risico-inschatting, heeft beslist om klager en de betrokken medegedetineerde niet langer van elkaar gescheiden te houden, is naar het oordeel van de klachtencommissie op zich niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Op basis van de beschikbare informatie dient de klachtencommissie echter wel vast te stellen dat de directie klager voorafgaand aan het nemen van deze beslissing niet heeft gehoord en klaarblijkelijk ook niet in kennis heeft gesteld van de genomen beslissing. Aangezien de beslissing klager rechtstreeks aanbelangde, acht de klachtencommissie het onredelijk dat hij hierover niet werd gehoord, minstens dat hij na het nemen van de beslissing niet in kennis werd gesteld van de beslissing en de redenen waarop deze was gesteund. De klacht is ontvankelijk en gegrond.
De klacht gaat over de beslissing van de directie tot het opheffen van een eerdere beslissing tot het gescheiden houden van klager en een medegedetineerde. De klachtencommissie stelt dat een gevangenisdirecteur in principe vrij is om te kiezen op welke sectie of cel en met welke medegedetineerde(n) hij een gedetineerde plaatst. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is een discretionaire bevoegdheid van de directeur. Dat de directie in dit dossier op een gegeven moment, na enkele maanden en een risico-inschatting, heeft beslist om klager en de betrokken medegedetineerde niet langer van elkaar gescheiden te houden, is naar het oordeel van de klachtencommissie op zich niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Op basis van de beschikbare informatie dient de klachtencommissie echter wel vast te stellen dat de directie klager voorafgaand aan het nemen van deze beslissing niet heeft gehoord en klaarblijkelijk ook niet in kennis heeft gesteld van de genomen beslissing. Aangezien de beslissing klager rechtstreeks aanbelangde, acht de klachtencommissie het onredelijk dat hij hierover niet werd gehoord, minstens dat hij na het nemen van de beslissing niet in kennis werd gesteld van de beslissing en de redenen waarop deze was gesteund. De klacht is ontvankelijk en gegrond.