KC04/23-0105
Ongegrond
Onontvankelijk
KC - Beveren
Klachtencommissie
Bijzondere veiligheidsmaatregel
Tucht
Geen beslissing directeur
Ordemaatregel
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL – TUCHT – ORDEMAATREGEL – ONTSLAG – REGIMEMUTATIE – GEEN BESLISSING DIRECTEUR – BEVOEGDHEID
Klager heeft vier klachten ingediend.
Klager diende een eerste klacht in, die gericht was tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit het dossier blijkt dat er echter geen bijzondere veiligheidsmaatregel werd genomen ten aanzien van klager. Er is dus geen beslissing door of namens de directeur, noch een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van zeven dagen ATV wegens een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Klager beledigde een vrouwelijke beambte. De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD waarin de feiten werden beschreven uitgebreid is en op een nauwkeurige en gedetailleerde wijze het verloop van de feiten schetst. De klachtencommissie vindt de ontkenningen van klager daarentegen niet geloofwaardig. De klachtencommissie ziet op basis van de beschikbare informatie niet in waarom de beambte een dermate gedetailleerd RAD ten aanzien van klager zou hebben verzonnen. Klager maakt niet (voldoende) aannemelijk dat wat in het RAD geschreven staat, niet correct is. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen een ordemaatregel, waarbij klager gelijktijdig intern werd gemuteerd van een open afdeling naar een gesloten afdeling werd en ook werd afgezet van zijn werk. De directie achtte het gedrag van klager ten aanzien van de vrouwelijke beambte (zie de tweede klacht) niet compatibel met een verblijf op een open afdeling. Dat het gedrag van klager ook en vooreerst aanleiding heeft gegeven tot een tuchtsanctie, doet hieraan volgens de klachtencommissie niets af. Zo blijkt de ordemaatregel louter te zijn ingegeven door het gedrag van klager, dat volgens de directie niet compatibel is met een verblijf op een open afdeling. De bestreden ordemaatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie heeft haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden. Al het bovenstaande geldt eveneens voor de afzetting van klager van zijn werk. Deze derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De vierde klacht is gericht tegen een PBA. Klager maakte hierbij niet duidelijk tegen welke beslissing door of namens de directeur of tegen welk verzuim of welke weigering om een beslissing te nemen hij in dit kader een klacht wenste in te dienen. Deze vierde klacht is niet ontvankelijk.
Klager heeft vier klachten ingediend.
Klager diende een eerste klacht in, die gericht was tegen een bijzondere veiligheidsmaatregel. Uit het dossier blijkt dat er echter geen bijzondere veiligheidsmaatregel werd genomen ten aanzien van klager. Er is dus geen beslissing door of namens de directeur, noch een verzuim of weigering om een beslissing te nemen. Deze eerste klacht is niet ontvankelijk.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van zeven dagen ATV wegens een tuchtinbreuk van tweede categorie, zijnde het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden. Klager beledigde een vrouwelijke beambte. De klachtencommissie is van oordeel dat het RAD waarin de feiten werden beschreven uitgebreid is en op een nauwkeurige en gedetailleerde wijze het verloop van de feiten schetst. De klachtencommissie vindt de ontkenningen van klager daarentegen niet geloofwaardig. De klachtencommissie ziet op basis van de beschikbare informatie niet in waarom de beambte een dermate gedetailleerd RAD ten aanzien van klager zou hebben verzonnen. Klager maakt niet (voldoende) aannemelijk dat wat in het RAD geschreven staat, niet correct is. Deze tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De derde klacht is gericht tegen een ordemaatregel, waarbij klager gelijktijdig intern werd gemuteerd van een open afdeling naar een gesloten afdeling werd en ook werd afgezet van zijn werk. De directie achtte het gedrag van klager ten aanzien van de vrouwelijke beambte (zie de tweede klacht) niet compatibel met een verblijf op een open afdeling. Dat het gedrag van klager ook en vooreerst aanleiding heeft gegeven tot een tuchtsanctie, doet hieraan volgens de klachtencommissie niets af. Zo blijkt de ordemaatregel louter te zijn ingegeven door het gedrag van klager, dat volgens de directie niet compatibel is met een verblijf op een open afdeling. De bestreden ordemaatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie heeft haar discretionaire bevoegdheid niet overschreden. Al het bovenstaande geldt eveneens voor de afzetting van klager van zijn werk. Deze derde klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
De vierde klacht is gericht tegen een PBA. Klager maakte hierbij niet duidelijk tegen welke beslissing door of namens de directeur of tegen welk verzuim of welke weigering om een beslissing te nemen hij in dit kader een klacht wenste in te dienen. Deze vierde klacht is niet ontvankelijk.