KC04/23-0142
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - VRIJE TIJD
De klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Beveren.
De directeur kan een voorlopige maatregel nemen in afwachting van de tuchtprocedure. Een voorlopige maatregel mag niet worden genomen met de bedoeling om onmiddellijk te straffen.
Klager werd uitgesloten van deelname aan de gemeenschappelijke wandeling tot aan de tuchtprocedure.
De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. Het gedrag en de houding van klager maken een gevaar voor de (fysieke) veiligheid (van derden) uit. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen.
De klacht tegen de voorlopige maatregel is niet gegrond.
Klager is tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of bedreiging daarmee.
De tuchtoverheid heeft bij de uitoefening van haar tuchtbevoegdheid een discretionaire beoordelingsbevoegdheid. De klachtencommissie is enkel bevoegd om na te gaan of de feitenvinding zorgvuldig gebeurde, of er werd uitgegaan van de juiste feitelijke gegevens en of de appreciatiebevoegdheid op een zorgvuldige wijze werd uitgeoefend door de directie.
De directeur heeft zich voor het bewijs en de kwalificatie van de ten laste gelegde feiten gesteund op het RADD, gebaseerd op de vaststellingen van de dienstdoende PBA.
Er werd een bijzondere tuchtsanctie opgelegd, met name zeven dagen individuele wandeling. Aangezien de sanctie in verband staat met de feiten, die plaatsvonden op de gemeenschappelijke wandeling, is deze sanctie wettig. De gegeven sanctie is bovendien niet onbillijk of onredelijk, gelet op de omstandigheden en de tuchtrechtelijke voorgaanden van klager.
De klacht tegen de tuchtbeslissing is niet gegrond.