Ga verder naar de inhoud

KC04/23-0235

Gegrond KC - Beveren Klachtencommissie Andere beslissing directeur
ARBEID - CELMUTATIE - BEZOEK

De klacht is drievoudig en is gericht tegen:
- het niet-mogen werken in de wasserij;
- “trajop”;
- weigering tot bezoek.

1. Het niet-mogen werken in de wasserij

Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat de weigering om klager tewerk te stellen in de wasserij gebaseerd is op veiligheidsoverwegingen en dat aan de intrekking van de oorspronkelijke goedkeuring een materiële vergissing ten gronde lag. De klachtencommissie acht deze grond tot weigering niet onredelijk.

Bovendien is uit de zitting van de klachtencommissie gebleken dat klager hiervan op de hoogte werd gesteld. Hij is namelijk op rapport gekomen, na de intrekking van de oorspronkelijke goedkeuring van zijn tewerkstelling in de wasserij. Hieruit leidt de klachtencommissie af dat de directie heeft voldaan aan haar motiveringsplicht, waartoe zij gehouden is op grond van artikel 8 van de Basiswet.

Om deze redenen is de klacht ongegrond.

2. "Trajop"

De klachtencommissie meent dat “trajop” een systeem is van informele begeleiding van bepaalde individuele gedetineerden, dat tot de discretionaire bevoegdheid van de directie behoort. Het is een kwestie van dagelijks bestuur van de gevangenis. In die zin gaat het om een beslissing van de directie ten aanzien van een gedetineerde. De klacht is aldus ontvankelijk.

Het trajop-systeem behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de directie en kent geen nadere regels in de Basiswet. De klachtencommissie kan zich daarom enkel buigen over de redelijkheid van de beslissing.

Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat klager de mogelijkheid had om zijn observatiefiches in te kijken. Bovendien meent de klachtencommissie dat klager niet onderworpen is aan disproportionele maatregelen. Het feit dat hij nauwgezetter in de gaten werd gehouden dan andere gedetineerden die niet onder het trajop-systeem vallen, acht de klachtencommissie geen disproportionele maatregel te zijn. Het nauwgeletter observeren van bepaalde gedetineerden waarvan de directie meent dat deze een risico inhouden, acht de klachtencommissie te behoren tot het dagelijks bestuur van de gevangenis.

Om deze redenen is de klacht ongegrond.

3. Weigering tot bezoek

De klachtencommissie merkt op dat artikel 59, §2 van de Basiswet niet voorziet in een weigeringsgrond omwille van een gebrek aan transparantie bij de aanvraag tot bezoek.

Uit de zitting van de klachtencommissie is gebleken dat de directie uit het gebrek aan transparantie de afwezigheid van een gerechtvaardigd belang afleidt. De klachtencommissie meent echter dat uit de zitting van de klachtencommissie, alsook uit de klacht van klager, blijkt dat klager een oprechte en reeds lang bestaande band heeft met de persoon in kwestie. Het feit dat zij haar professionele hoedanigheid aanwendde voor privédoeleinden verandert hier niets aan. De klachtencommissie meent dat de directie hieruit geen gebrek aan gerechtvaardigd belang kon afleiden.

Bovendien motiveert de directie onvoldoende waarom de vrouw een veiligheidsrisico zou inhouden. Dit is een schending van het motiveringsbeginsel, zoals gewaarborgd door artikel 8 van de Basiswet.

Om deze redenen is de klacht gegrond.